De kaart van Elshoff (1731) naar een copie van Gelders (1702) naar een oorspronkelijke kaart van Van Geelkercken uit 1632 van het gebied tussen Arnhen, Renkum, Wekerom en Terlet (signatuur van de kaart: 0409 Huis Keppel 1537).

Deze buitengewoon interessante kaart is Elders beschrijven op de blog Landschap lopen landschap lezen van Mathilde Maijer:

https://landschaplopen.wordpress.com/2018/03/13/oude-kaart/

Er is inderdaad heel veel te zien op de kaart, waar we ook nu nog sporen van in het veld kunnen terugvinden. Alleen moeten we ons wel bewust zijn van de gegeven waarschuwing dat de schaal van de kaart (200 passen is een half uur gaans) alleen in het centrum van de kaart geldt en niet in de periferie. Hieronder opmerkingen / hypothesen, vooral over de wegen, maar ook enkele andere.

Enkele bevindingen wijken af van die op de genoemde blog. Vaak zijn het aanvullingen.

Kaart: https://www.geldersarchief.nl/bronnen/foto-s-en-films?mizk_alle=elshoff%201731

**1 Klaas Bouwer deed mij de hypothese aan de hand dat Heydenstadt wel eens een zigeunerkamp kan zijn geweest, een soort verbanningsoord. Dergelijke kampen (onze woonwagenkampen) lagen vaak op afgelegen, onvruchtbare, woeste gronden. Welnu, het Gildtsche Zand is mogelijk het meest dorre, droge gebied in de omgeving, ook nu nog (cross-terrein voor mountain bikers). Van Gerrit Breman hoorde ik dat er recent archeologisch onderzoek is gedaan naar deze Heydenstadt.

**2) Aandacht verdient ook de verlanden graaf ten westen van Wolfheze. Ik maak mij sterk dat deze NZ lopende ‘gevorkte graaf’ iets te maken heeft met de twee landgraven van Laag Wolfheze. Wie weet er meer van?

**3) Naamloos op de kaart is de Doorwerthse Turfweg afgebeeld. Hij liep ooit van Doorwerth via Heelsum langs de achtsprong in het Quadenoordse droogdal, via 1e Quadenoordse Spreng, en over het huidige ronde heideveldje in ZO >>> NW-richting naar de westelijke Ginkelse Heide (werden via deze weg de voorlopers van de ‘geïsoleerde’ huizen ’t Vospaard, ’t Vogelwoud en Dr. Hartogsweg 65 wellicht uit hun afgelegen positie ontsloten? Wie weet). Deze Doorenwertschen Torff wech staat reeds op de kaart van Jan van Call (1656) aangegeven, en verder ook nog op de kaarten van Heuff en van Van Geelkercken van hetzelfde jaartal.

De vraag is of langs deze weg turf voor het kasteel werd vervoerd? en waar die turf dan vandaan kwam: Veenendaal?, Ederveen? Ginkel?

**4) Dan hebben we het Landschrijvers Erf. Het lag op de kruising van de weg Naer Bennekom (van Wolfheze via Quadenoord, en liggend langs de noordkant van de huidige Doorwerthse Heide) x de Deelenseweg. De zuidelijk tak van deze laatste weg was waarschijnlijk de huidige weg ten westen van de Doorwerthse Heide, en de ZW-tak was dan ongeveer de weg langs de Boschhoeve. Dit Landschrijvers Erf zou een voorloper geweest kunnen zijn van de huidige Jonkershoeve.

**5) Ten oosten van Wolfheze lag een wegenknooppunt dat nog steeds in het veld herkenbaar is.

Als we tenminste bedenken dat zulke knooppunten gemakkelijk enige ha’s groot konden zijn. Hier kwamen samen: De doorgaande Oude Utrechtse wech (vroeger Heer wegh, en later ook Oude Schelmse weg genoemd) en enkele wegen naar het noordwesten. Naar het NW lopend zien we onder andere wegen naar Bennekom, naar Ginckel, naar Maenen en naar Oud Reemst. Deze laatste drie hadden het eerste deel van hun tracés gemeenschappelijk. En mijn hypothese is dat dit gemeenschappelijke deel ooit via de oude beukenlaan langs het huidige smalle heideveldje liep. Die oude beukenlaan zou dan een beschermde status verdienen (misschien een half millennium oud). De Maenderweg liep waarschijnlijk langs de huidige Duitsekampweg. Maar bij mijn weten zie je daarvan helemaal geen sporen op de vroege kadastrale kaarten. Dat is vreemd. De weg naar Oud Reemst liep ten westen langs het Papendal, ongeveer door het latere tunneltje. Van de weg naar Ginkel (over het nieuwe natuurgebied van de Reijerskamp is geen spoor meer te zien (AHN, wellicht?).

**6) Vlak bij het bovenbeschreven wegenknooppunt liggen in de ZW-hoek tussen het Papendal en de Oude Schelmseweg de Rinckelberg(en). Ze zijn daar nu in het bos terug te vinden.

Zijn het stuifduinen geweest?

**7) De achtsprong op de Renkumse Heide heeft volgens mijn metingen westelijker gelegen dan de knik in de Telefoonweg (deze is van latere datum dan 1731). Ik localiseer die achtsprong op de huidige kruising Wijde veldpad x (voormalige) weg van Quadenoord naar Wolfheze. Het knooppunt lag in het Quadenoordse droogdal. Maar het is niet geheel duidelijk, en het knooppunt kan ook best wat diffuser zijn geweest. Van de Bischopsweg is waarschijnlijk wel een stuk verdwenen.

**8) We zien op de westzijde van de kaart, naar mijn idee, de voorlopers van de Hollandseweg en van de Prins Hendrikweg vertrekken, uit Quaenoort naar het westen. De eerste pal ten zuiden van de (hier naamloze) Meij hoevell (47.1 m) en de tweede ruim ten noorden daarvan.

**9 Leeg Wolfhees ligt op de plaats van het huidige Hotel Wolfheze (aan de beek).

**10) De Hartense Capel ligt op deze kaart inderdaad vlak bij De Beken. Maar de kapel was waarschijnlijk toch geen voorloper van deze boerderij. De kapel heeft waarschijnlijk (ooit) gestaan op een kaap ten noorden van huize De Keijenberg. Jan Neefjes heeft hier intensief onderzoek naar gedaan (Neefjes, 1992). Kaarten die deze hypothese ondersteunen zijn behalve deze kaart van Elshoff, de kaart van Jan van Call (1657), en een kaart van Van Geelkercken uit 1656).

Een minder waarschijnlijke (vroegere?) standplaats van de Hartense Capel ligt op een kaap ten noordwesten van huize Hoog Erve te Quadenoord. Kaarten van Witteroos (1570), V. Geelkercken (1631) en V. Geelkercken (1635) suggereren dat duidelijk. Op de kaart van Heuff (1656) ligt iets ten westen van deze plaats van de kapel een perceel afgegraven terrein met de naam Den Heer van Essens Cappele Camp. Maar het valt sterk te betwijfelen of de hypothese, dat de Hartense Kapel vroeger een andere plaats heeft gehad dan later, erg sterk is. Die verplaatsingshypothese zou wel een al te gemakkelijke oplossing voor dit al oude probleem zijn. Mogelijk hebben Witteroos (en Van Geelkercken met hem) een fout gemaakt, die Van Geelkercken later heeft hersteld.

**11) Het mooie van deze kaart van Elshoff uit 1731 is, dat je er hier naast elkaar zo duidelijk de (nieuwe) Eeder Wegh, de Ouden Eeder weg en de Maender weg op kunt zien. De Ouden Eeder weg kwam aan de oostzijde in het Papendal uit op de Nieuwe Eeder Wegh (eertijds andersom natuurlijk). Die nieuwe Eeder Wegh is nu de Verlengde Arnhemseweg. Van deze Ouden Eeder weg kun je in het veld grote stukken (c.q. parallelle tracés) terugvinden, o.a. langs de noordzijde van het Hazeleger, door het Gildtsche Zand, en over de Ginkelse Heide, waar deze weg waarschijnlijk ongeveer 250 m ten noorden van de Sijsselt en even ver ten zuiden van de Verlengde Arnhemseweg Ede binnenkwam (speculatief). En Maanen had kennelijk een eigen weg naar Arnhem nodig. Die lag ten zuiden van de Sijsselt en ging via Wolfheze. Was het wellicht zo dat in de loop van de tijd de Maenderweg een steeds zuidelijker tracé kreeg en de Ederweg een steeds noordelijker tracé ?? Ede en Maanen groeiden uit elkaar en later werd Maanen door Ede geïncorporeerd.

**12) Op deze kaart zien we twee wegen vanuit het zuiden naar Ginckel lopen:

(a**) aan de oostzijde van de beek, de weg van Rinckum naer Ginckel, ongeveer in de buurt van de Heidebloemallee. Het zuidelijke deel daarvan valt waarschijnlijk samen met het Wijde veltpad. Na Ginkel buigt deze weg af naar het noordoosten en loopt door naar Mossel. Van het laatste stukje bij Mossel ligt nog een restant van de weg, een walletje met struweel.

(b**) aan de westzijde van de beek, een weg van Quaenoort naar Ginkel (naamloos). Op een kaart van Kempinck (uit 1610) zijn twee minieme stukjes van deze verbinding aangegeven bij de kruising met de Maanderweg. Vanaf deze kruising heet deze weg in noordelijke richting de Ginckeller wegh, en in zuidelijke richting de Hartter wegh. Ten zuiden van Quadenoord liep hij waarschijnlijk over de huidige zandweg langs de manegeboerderij. Duidelijke sporen van deze weg zijn op Ginkelse heide te vinden.

**13 De Maanderweg loopt op deze kaart vanaf de vroegere Ginckelse kolck (bij de noordelijke vork in de beek) niet via het OW-tracé en via het vroegere knooppunt “Aen de 7 weegh”, naar de zuidgrens van Maanen, maar vanaf de kolck in NW richting over de Ginkelse Heide. Hij liep waarschijnlijk een eind langs de lange rechte zandweg en vervolgens door de Sijsselt om ergens aan de noordgrens van Maanen, bij het Klaphek uit te komen (dit laatste is echter nogal speculatief).

**14) De huidige Wekeromseweg is op de kaart aangegeven als weg Naer Mossel, en de Harderwijkerweg heet Naer Harderwijck. Vanaf het Papendal splitst de weg zich: het hoge tracé ligt aan de oostzijde van Oud Reemst en Quapoort (bij Otterlo) en een laaggelegen tracé aan de westkant van deze plaatsen. Het westelijke tracé valt samen met de huidige Harderwijkerweg.

**15) De Nieuw Reemsterlaan staat ook op de kaart aangegeven, en wel als weg van Eede na Reems. Hij kwam vlak bij de Mechelse kuil uit op de Nieuwe Amsterdamseweg.

**16) Over de Vossenweg van Heelsum naar Nieuw Reemst (en mogelijk verder door naar Mossel), hebben we elders uitvoerig geschreven. (link ??).

Mogelijk kunnen anderen meer over deze onderwerpen zeggen, want steeds weer blijkt dat het netwerk van wegen veel dichter was dan afzonderlijke kaarten suggereren.

november, 2018, Geert Nijland, Renkum