Featured

Mijn website

Dit is een website met Inhoud die in drie hoofdstukken is ondergebracht:

Afdeling 1. met vertalingen van gedichten uit en in verschillende talen (Nederlands, Engels, Duits en Zweeds). De vertalingen zijn “over en weer”. Er staan bijvoorbeeld vertalingen van Nederlandse gedichten naar het Engels en het Duits in, maar ook Zweedse gedichten die vertaald zijn in het Engels en het Nederlands. Steeds is naast de vertalingen het originele gedicht afgedrukt. Soms zijn voetnoten in verschillende talen toegevoegd. Wij garanderen niet dat de vertalingen foutloos zijn. Wel hebben er verschillende mensen naar gekeken en hun suggesties gegeven. De eindredactie is steeds verzorgd door Geert Nijland. Opmerkingen over foute vertalingen of suggesties voor verbetering zijn welkom. Er staan nu nog maar enkele gedichten op de website, maar in de toekomst kan men vertalingen van gedichten van Emily Dickinson, Harry Martinson, Gerrit Achterberg, Martinus Nijhof en vele anderen verwachten. deze staan in de wachtrij voor een laatste revisie. Lees verder Mijn website

Blind Weggetje Wageningse uiterwaarden

Blinde weg in de Bovenste polder, Wageningse uiterwaarden

Als van een belangrijke verbindingsweg (bijvoorbeeld de Utrechtseweg in Heelsum) wordt geschreven dat die al meer dan 500 jaar bestaat dan kijken we daar helemaal niet zo van op, het zal wel. Uiteraard bestond er vijf eeuwen geleden ook al een behoefte aan vervoer tussen belangrijke plaatsen als Arnhem en Utrecht.

Als we echter een onnozel uitziend kleiweggetje in het huidige landschap zien liggen en we vinden dat weggetje ook op een van de oudste kaarten van deze omgeving, dan vinden we dat heel bijzonder. Zoiets lijkt het geval met een klein doodlopend weggetje in de Wageningse uiterwaarden ten zuiden van de Veerweg. Ik zal dit weggetje het Blinde Weggetje noemen.

Hieronder foto Blind weggetje, 2018, Jaap Schouls.

Blinde Weggetje foto

Het is een landbouwweggetje met begeleidende sloot, die vanaf de Veerweg in zuidoostelijke richting loopt, ongeveer 150 meter ten westen van de splitsing Veerweg x Westbergweg. Ik bedoel dus niet de weg Aan de Rijn ongeveer 275 m westelijker, die niet dood loopt.

Hieronder topografische kaart PDOC-viewer, 2018. Blind weggetje = rode lijn.

Blinde weg, 2018(A)

Dit Blinde Weggetje nu vind men reeds op een beroemde kaart van de stad Wageningen (ca. 1560) van Jacob van Deventer.

Hieronder kaart Jacob van Deventer, ca. 1560. Blind weggetje = rode lijn.

Blinde weg, 1550(A)

Er werd door anderen naar voren gebracht dat het bijna onmogelijk was dat deze weg op die plaats in de uiterwaarden zo lang de tand des tijds zou hebben doorstaan. Want veel minder lang geleden is daar een aanzienlijke toplaag van de klei ten behoeve van de steenindustrie afgegraven. Dat is waar, maar de vraag is of men daarbij niet het weggetje gespaard kan hebben. Een andere hypothese is dat het weggetje (ondanks de klei-afgravingen) toch weer op nagenoeg dezelfde plaats opnieuw ontstaan is, vanwege een sterke functionaliteit van die weg voor de landbouw of voor de baksteenindustrie zelf. Iets wat heel functioneel is verdwijnt niet snel als het er eenmaal is. We vonden ook nog een kaart van dit gebied tussen nu en 1550 in waar het Blinde Weggetje op staat afgebeeld. Dat is een kaart uit 1722 door Bernard Elshoff: Landerijen bij Wageningen en Ede behorende aan de familie Torck (Sign. 0409 Huis Keppel 1538).

Hieronder kaart Elshoff, 1722: Blind weggetje = zwarte lijn.

Blinde weg, 1722(A)

Houwers weeghken

Houwers weeghken:

Deze weg was in de late Middeleeuwen een deel van een der verbindingswegen tussen Renkum en Ede. Het Houwers weeghken komt voor op de kaarten van Witteroos (1570) en op de door Geelkercken / Passavant gemaakte copie (1676) daarvan. De namen: bij Witteroos, Houwers weech ken en bij Passavante ossen wegh oft oude Houwers weghsken genampt. Merkwaardig genoeg loopt deze weg op de kaart van Witteroos ten ZW van de Dikkenberg en op de kaart van Passavant net ten NO van deze berg. Maar van vele oude lange afstandswegen is bekend dat ze vaak uit twee sporen bestonden, die niet altijd even intensief gebruikt werden. Ook lag er 80 jaar tussen de originele kaart van Witteroos en de kopie van Passavante. Mogelijk waren er tracés aan beide zijden van het hoogste punt van de Dikkenberg.

Ede1Afbeelding. Tracé van de voormalige weg van Ede naar Renkum (waarvan de Houwersweg deel uitmaakte). Op de kaart van Witteroos is de Houwersweg slechts gedeeltelijk afgebeeld, maar wel met alle bochten in de hegge-grenzen volgend.

Het valt op dat vooral het zuidelijke gedeelte van deze weg bij Witteroos enkele slingers heeft (het tracé is niet minder dan zes keer met de naam houwers wechs ken aangeduid, langs alle kronkels van de weg. Het slingerend karakter, nog aanwezig op de copie van Van Geelkercken (1631) is veranderd in een veel meer rechtlijnig verloop op de copie van Passavante (1676). Van deze weg zijn nog enkele restanten terug te vinden: Waarschijnlijk is de bosweg ten oosten van de woning Bennekomseweg, nummer ?? een restant van deze weg. Ook op de hoogtekaart AHN zijn hier en daar duidelijke sporen te zien, met name in de buurt van de kruisingen Mosweg x Molenbeekweg en Mosweg x Haselweg. De Sijsseltselaan ligt in het verlengde van deze Houwersweg. Aan de oostkant van de akkers langs de Dikkenbergweg ligt dwars op de Dikkenbergweg en de Oostbreukelderweg een oude bosweg , die mogelijk op het tracé ligt. Op de kaart van de Sijsselt van Van der Does (1771) heet hij Weg van Eede na Rencom en Doorenwert. Op een (pre)kadastrale kaart uit 1811 komt de weg voor onder de naam Weg van Ede naar Renkum (kad. krt. Bennekom, SecD-bl.01). Deze weg loopt opvallend parallel met het huidige fietspad tussen de rotonde bij de Telefoonweg x Bennekomseweg naar Ede, via Quadenoord en de Bosbeekweg.

Weg van Bennekom naar Heelsum

Bennekomseweg (tussen Bennekom en Heelsum) – Rijksweg N782:

Op de kaart van Van Geelkercken / Passavant (1676) liep deze weg van Bennekom naar Heelsum langs een hhel ander tracé dan de huidige Heelsumse / Bennekomseweg of Keijenbergseweg.

Nooij (e-mail, 2018) denkt dat de huidige Heelsumse / Keijenbergseweg pas in de 19e eeuw is ontstaan, althans het gedeelte tussen Bennekom en Harten. Maar dat is dan wel in het begin van de 19eeuw, want op de pré-kadastrale kaart van 1818 staat deze weg al aangegeven zoals hij nu loopt.

De weg liep op de kaart van Passavant in de buurt van Harten door het Hartense droogdal, net als nu. Maar, van daaruit westwaarts gaande, nam de weg vanaf de verdwenen schaapskooi een noordelijker tracé, om uiteindelijk in Bennekom bij de voormalige molen op de Molenkamp van de Laar uit te komen (ongeveer waar de Dikkenbergweg en de Selterskampweg elkaar kruisen). De weg loopt op Van Geelkerckens kaart net ten noorden van de Hulsenbergh (tussen De Born en de Franse Kamp).

RenkumDAfbeelding. Bandbreedte (zwarte lijnen) waartussen de oude weg van Bennekom naar Heelsum, in 1676, kan hebben gelopen. Van deze weg Van Hartten naer Bennekom zijn op de AHN-kaart diverse sporen in de aangegeven richting te zien. Bij het akkertje op de Hullenberg kwamen waarschijnlijk deze weg, de Laeck wegh en de voorloper van de Bornweg samen.

Het is vreemd dat we dit tracé op geen enkele andere kaart terug kunnen vinden. Op de AHN-bestanden zijn echter op deze plaats (ten noorden van Hullenberg en de Franse Kamp) wel duidelijke sporen te vinden, die ook in de ‘goede richting’ lopen. Ook is het geomorfologisch geen vreemde plaats voor een weg, tussen de Hullenberg en de Weijenberg door en ook verderop naar Harten vlak langs of door een droogdal-achtige laagte tot aan de huidige Wildgraaf. Daar zou deze weg dan samen met de oude weg naar Ede langs het huis Keijenbergseweg nr. ?? kunnen hebben gelopen. Daar bij de Wiltgraaf liep de weg echter ook rechtdoor tot aan het huidige beekdal, waar weer twee mogelijkheden zijn: (a) langs de verdwenen boerderij bij de Eerste Weiland spreng naar de huidige Bennekomseweg, (b) verder in oostelijke richting dwars door het Beekdal over het huidige wandelbruggetjes naar de holle weg in de oostelijke beekdalhelling, om daar aan te sluiten op de Gerart Happen Wegh van de kaart van Jan van Call (1656). Deze Gerart Happen wegh liep vervolgens door naar het Landschrijverserf en vervolgens naar Wolfheze. De verdwenen boerderij aan bij de spreng komt daarmee ook netjes aan het oude wegennet Bennekom – Ede – Renkum te liggen. Want wat heeft zo’n boerderij zonder wegen anders in het beekdal te zoeken.

De huidige (recentere) Heelsumseweg maakte bij Bennekom vroeger (Geelkerckenkaart) deel uit van het meest westelijke deel van de Hartenseweg; Deze (De wege van Arnhem naer Bennekom) liep toen bijna parallel aan de Heelsumseweg (Van Hartten naer Bennekom ). Dat is duidelijk te zien op die kaart van Van Geelkercken / Passavant.

Later is de Hartenseweg waarschijnlijk een tijdlang veel minder prominent geweest. Op de pré-kadastrale kaart van 1818 staat hij zelfs helemaal niet op. Op die kaart wordt de Weg naar Renkum getekend als een tracé dat samenvalt met het Papenpad.

Ede en Wageningen hadden al vroeg een doorgaande weg naar Arnhem, toen Bennekom die nog niet had (Horsten, 1995, naar Nooij, e-mail, 2018).

Op de kaart van Van Call (1656) heet de weg van Bennekom naar Heelsum “van en naer Helsem”, op de kaart van Heuf (1656) Den Helsomschen Weghen, op de pré-kadastrale kaart (1818) Weg van Bennekom naar Arnhem. Op de kaart van Van Call (1656) is te zien dat de weg Van en naer Helsem, niet via de Schapenbruggen, maar via de huidige Kerkweg naar Heelsum liep. Hij boog ongeveer bij het Fluitersmaatse dal iets naar het zuidwesten af. En via de Heelsumse Kerkweg liep hij waarschijnlijk door het Coenenbos naar Doorwerth en Arnhem.

Maanderweg

De Manensche Weg (of Maanderweg)

Concept (veel hiervan is hypothetisch; blauw huidige namen, rood oude namen)

Mogelijk/waarschijnlijk zijn er verschillende tracé’s geweest die de naam van Manense weg of Maanderweg verdienen, die waarschijnlijk in verschillende perioden ten dele op verschillende plaatsen hebben gelopen.
We geven eerst een beschrijving van het meest waarschijnlijke Centrale tracé.
De beschrijving heeft de vorm van een routebeschrijving per fiets, met verschillende
punten om te stoppen en te kijken.
Na aan korte verantwoording van onze keuze van het meest waarschijnlijke tracé geven we de beschrijving van een fiets- of wandeltoscht langs dit tracé. Daarna volgt nog meer eerder opgeschreven discussie van andere mogelijke tracés van deze weg.

Over het beginpunt van de Maanderweg;
drie mogelijkheden: centraal-oost, de noord-oosthoek en de zuidoosthoek.

Autospoperij

Afbeelding: De autosloperij van de firma van Doorn in het weiland van de gewezen boerderij van Haalboom. Over deze plaats werd later de nieuwe Bovenbuurtweg aangelegd.; Eerder liep die weg over de plaats waar nu de C.T.S. (Chr.Technische School) is gebouwd. Op de achtergrond staan de flatgebouwen aan de van der Hagenstraat. … | fotograaf: Sneiders, R. / Ede.
bron: https://www.europeana.eu/portal/en/record/2021648/0196_302140.html

Als de genoemde “gewezen boerderij van Haalboom” dezelfde is als de “Hoeve Haelboom” in de vroegere buurtschap Maanen, dan zou hier ook de haelboomsshen heetwech (Van Oosten Slingeland, 1958) waarschijnlijk zijn beginpunt hebben gehad. Deze weg naar het oosten is dan vermoedelijk ook dezelfde als de Haelbomssen wegh (verderop wegh van Manen naer Arnhem genoemd) op de kaart van Passavant (1676). Op weer een andere kaart van de Bourschap Maenen heet deze weg ?? Den Wegh naer Arnhem. Het lijkt moeilijk om deze weg aan te laten sluiten op de huidige Horalaan, die in de literatuur (Edelman-Vlam, 1959) wel als kandidaat voor de oude Maanderweg wordt aangemerkt. Veel beter sluit de weg aan op de 750 m noordelijker gelegen huidige Parkweg om dan via het ENKA-terrein de spoorweg te kruisen bij de westgrens van de Sijsselt en aan te sluiten op een oude zandweg met wal door de zuidelijke Sijsselt. Deze weg door de huidige zuidelijke Sijsselt hebben wij de centale Maanderweg genoemd. Hij komt waarschijnlijk overeen met de zuidelijke weg in het volgende citaat uit de dissertatie van Van Oosten Slingeland:

Gaande van Maanen naar Arnhem kon men of ten Zuiden van
de Doornberg (47 m) of ten Noorden van de hoogten in de Sijsselt ( ± 56 m)
de stuwwal passeren. Op de kaart van de Geelkerckens, kort na het proces in 1649
vervaardigd, staat de zuidelijke weg duidelijk en met name genoemd. De vrij-
wel rechte West-Oost gerichte grenslijn tussen Ede—Veldhuizen en Maanen
heeft men beoosten de Wildwal doorgetrokken tot die de weg van Ede naar
Renkum (de Sijsselt-weg GON) sneed. De Sijsselt kreeg of herkreeg daarmede een duidelijke noordgrens, die ook nimmermeer aanleiding tot kwesties heeft gegeven.
Zeer beknopt zijn de uitvoerige processtukken weergegeven. Het “belang ervan is
niet zozeer de vaststelling van de noordgrens alswel het bewijs, dat de betrok-
kenen bijzonder veel waarde aan hun velden hechtten en er met taaiheid voor
vochten.

De in het citaat eveneens genoemde noordelijke route van Maanen naar Arnhem is dan identiek met de weg, die wij elders het noordelijke Maanderweg-tracé hebben genoemd, en dat langs het huidige fietspad naar Renkum en over een nog bestaande weg over de Ginkelse heide naar de voormalige Ginkelse kolk. Het is de vraag of er een eeuw later nog een derde Maanderweg is geweest, vanaf de zuidoostpunt langs de huidige Horalaan.

Als wij die laatste hypothese verwerpen, dan moet het zo zijn geweest dat, ofwel de Maanderweg niet altijd de grens tussen Sijsselt en de Renkumse Rekenkamergronden is geweest, dan wel dat de Zuidgrens van de Sijsselt niet altijd in het verlengde van de zuidgrens van Maanen heeft gelegen.
In de literatuur wordt daar wel van uitgegaan, en de grensgeschillen vonden vooral aan de noordzijde plaats, tussen Veldhoven en Maanen.
Metingen van afstanden op de kaart van Passavant (1676) steunen de hypothese van de Horalaan als beginpunt van de Maanderweg. Metingen op de kaart van Witteroos (1570) daarentegen steunen de hypothese van de Parkweg als beginpunt, en verder door het ENKA-bebied naar de Zuid-Sijsselt.

Bronnen:
Edelman-Vlam, A.W. en Edelman, C.H.: Toponomie van Bennekom, in: Een Veluws dorp; Een herinneringswerk voor Ir. M.M. van Hoffen. Bennekom: Stichting “Oud Bennekom”, 1959.

Van Oosten Slingeland, J.F.: De Sijsselt; een bijdrage tot de kennis van de Veluwse bosgeschiedenis. Wageningen: Dissertatie Landbouwhogeschool, 1958.

Witteroos-kaart (1570):

Passavant / Geelkercken-kaart (1676):

Geelkercken-kaart van Bourschap Maenen (1642 / 1657):

Beschrijving van het mogelijke ‘centrale tracé’, met verschillende korte zijdelingse excursies:

Stop (1): Beginpunt bij Station Ede-Wageningen.
Het centrale tracé van de Manensche Weg naar Wolfheze ligt vermoedelijk in het verlengde van de Parkweg die ongeveer midden door het oude Maanen loopt en ongeveer langs Station Ede-Wageningen loopt (mogelijk via een verdwenen weg over het ENKA-terrein). De hypothese is dat deze centrale Manensche Weg ergens bij of ten oosten van het station de Rijnspoorweg (ca. 1850) kruiste en langs de noordzijde van de spoorweg verder oostwaarts liep. Wij gaan daarom vanaf het noordelijke stationsplein, via het voetpad langs de noordzijde van de spoorweg, tot aan de zuidwesthoek van de Sijsselt. We komen hier bij de eerste van de wallen en dwarswegen die we op onze tocht naar Wolfheze zullen kruisen: De Wildgraaf.

Stop (2): De Wiltgraaff langs de Sijsselt.
Langs de westgrens van de huidige Sijsselt liep (loopt) de vroegere Wildgraaf van Oud- Wageningen naar Lunteren. Het is de langste nu nog bestaande wiltgraaf van Nederland, en er is recent uitvoerig onderzoek naar gedaan. Delen ervan zijn gerestaureerd. Met name in het Hoekelumse Bos is de Wildgraaf goed te zien.
We volgen nu het zandpad langs het spoor. Hier ligt een wal aan de rechterzijde van het pad. Waarschijnlijk echter is deze hoge wal niet van de Maanderweg, maar van het uitgegraven tracé van de spoorweg. Na ongeveer 250 m komen we bij een soort vijfsprong.

Stop (3): Bij de vijfsprong in de NZ-laan van de Sijsselt.
De dwarsweg die we hier kruisen ligt in het verlengde van de spoorovergang, en is genoemd naar het gebied: Sijsselt. Deze Sijsselt-weg is op de vijfsprong de rechter tak naar het noorden met rijen beuken er langs.
We vervolgens nu echter het pad, zo dicht mogelijk langs de spoorweg en gaan bij de volgende zijweg een even linksaf, en gelijk weer rechtsaf, in dezelfde richting verder via het parallelle pad. Deze weg is breder dan die waar we afkomen. Deze wisseling van wegen is nodig om het vervolg van onze route bij de volgende kruising niet te missen. Na ca. 375 m komen we bij een splitsing. We kiezen nu de linker tak. Deze weg loopt aanvankelijk bijna parallel, maar buigt geleidelijk steeds meer linksaf naar het noorden. Na ca. 700 m loopt de wat bochtige weg dood op een T-kruising. Hier loopt een oude weg van Wageningen/Bennekom naar Ginkel/Kreel. We zijn hier op een vroeger verkeersknooppunt van drie doorgaande wegen.

Stop (4): De kruising met de weg Bennekom-Kreel/GrootGinkel en een verdwenen weg Ede-Renkum.
De weg van Bennekom naar Kreel/GrootGinkel liep (loopt) naar het NO door de Sijsselt richting Kreel, en liep naar het ZW, ten zuiden van de spoorweg, langs de oostzijde van het Hoekelumsebos, om aan te sluiten op de Heinrich Witteweg in Bennekom. Het was een van de vroegere wegen van Wageningen en Bennekom naar de Ginkelse heide, waar men de schapen kon laten grazen als er dichterbij geen ruwvoer genoeg was.
Ongeveer op dezelfde plaats kruiste in 16?? ook een weg van Ede naar Renkum. Deze weg liep vanaf hier in NW richting naar het ZO-NW lopende stuk van de Sijsseltlaan, vanaf hier naar het ZO door het Moftbos, om ongeveer bij de vroegere domeingrens tussen Wageningen en Renkum op de Keijenbergseweg uit te komen. Op de kaarten van Witteroos (1570) en van Passavant & Van Geelkercken (1676) heet dit gedeelte door het Moftbos de Ossenwegh is mede Houwers wegsken genamdt. Van deze weg zijn nu geen of nauwelijks sporen meer te vinden. Waarschijnlijk is het bospad langs Bennekomseweg nummer ?? geen restant van deze weg. Dit stukje weg loopt weliswaar in de goede richting, maar ligt 250 m te ver naar het oosten.
We vervolgen de Manensche Weg: Eerst even linksaf en ca. 40 m verderop weer rechtsaf. Mogelijk is deze bajonetbocht in de weg van latere datum, maar mogelijk is het ook een restant van een vroeger dubbelspoor (Vervloet, ??). We vervolgen de Manensche Weg naar het oosten. De ouderdom van de bosweg is mogelijk af te leiden uit de verdiepte ligging, wat duidt op erosie en inklinking. De weg wordt hier en daar geflankeerd door wallen en door dubbele rijen beuken. Het is van belang om op te letten of er een wal aan de rechterzijde van de weg ligt. Dat is namelijk ook zo bij het vervolg van deze weg in het Gemeentebosch, waar we straks zullen komen. Is het niet zo, dan zou dat de hypothese dat dit dezelfde weg is ontkrachten !! Maar als deze karakteristieken kloppen dan is dat nog geen garantie dat we met de Manensche Weg van de oude kaarten te maken hebben. Ruim een km verder komen we weer bij een belangrijke kruisende weg: een oude weg van Wageningen naar Ginkel:

Stop (5): De kruising met een Weg van (Oud)Wageningen naar (Zuid)Ginkel.
Deze weg liep in NO richting over de Ginkelse heide (en heet daar ook nu nog steeds Ginkelseweg). Naar het zuiden loopt de weg dood op de A12, maar het verlengde ten zuiden van de snelweg en de spoorweg sluit precies aan op de Mosweg, en nog verder zuidwestwaarts op de Hollandseweg. Deze weg heeft vroeger verschillende namen gehad: Den Lakenveltse wegh, Lakemondse weg, Weg Naer Wageninghen, weg langs de Ginkel.
Hoe de Manensche Weg hier verder heeft doorgelopen is niet helemaal duidelijk. Gaat men hier dwars door de bosvegetatie rechtdoor, dan komt men, na kruising van de A12, precies uit op de weg door het Gemeentebosch verder naar het oosten. Omdat er momenteel geen weg rechtdoor meer is, kiezen we voor een kleine omweg over het wel aanwezige bospad dat met een stompe hoek iets naar links afbuigt. Ongeveer 100 m verder kruisen we dan scheef een profiel van een andere oude weg, de Weg van Harselo naar Ginkel. Dit profiel werd pas in het veld opgemerkt na bestudering van de AHN-bestanden.

Stop (6): Bij de kruising met de Weg van Harselo naar Ginkel.
Het profiel dat we hier kruisen is dat van de weg van Bennekom/Harseloo richting Zuid-Ginkel (Passavant, 16??). Het wegprofiel sluit in NO richting rechtlijnig aan op een zandpad over de Ginkelse heide, een paar honderd meter ten ZO van de Ginkelerweg. Naar het ZW sluit het profiel precies rechtlijning aan op de Oost Breukelderweg, maar na kruising van de A12 en de Rijnspoorweg. Dit verdwenen weggedeelte is op de AHN-kaart duidelijk te zien.
Vervolg Manensche Weg: We komen na ruim 100 m uit op de Renkumseweg met het fietspad, ten westen van de Ginkelse heide. Deze weg is ook een heel oude verbindingsweg tussen Ede en Heelsum, via Quadenoord. Deze weg maakte vroeger deel uit van een groot verkeersknooppunt dat hier ongeveer lag.

Stop (7): Een verkeersplein uit de Middeleeuwen:“Aen de 7 weegh”.
Hier op de zuidwesthoek van de Ginkelse hei, lag in de 17e eeuw een “verkeersplein”, mogelijk wel enkele hectares groot. Op de kaart van Passavant en Van Geelkercken (16??) heet dit knooppunt “Aen de 7 weegh”. Het is niet duidelijk hoe en waar precies de verschillende wegen hier precies met elkaar verknoopt waren. Edelman en Edelman-Vlam (19??, p. 125) lokaliseren “Aen de 7 weegh” “iets ten noorden van Blokpost 20; met die laatste bedoelen ze de spoorwegovergang 550 m zuidelijker. Volgens verschillende oude kaarten (Van Geelkercken/Passavant, 16??, Kempinck, 1610) kwamen hier wegen naar Wageningen, naar Bennekom, naar Ede, naar Heelsum/Renkum en de weg van Wolfheze naar Maanen. De laatste is de Manensche Weg die wij volgen. Wij gaan nu bij het fietspad rechtsaf, langs de Renkumseweg, onder de A12 door en slaan bij de eerste bosweg linksaf. We zijn nu terug bij het tracé.

Stop (8): Terug bij het tracé van de Manensche weg (door het Gemeentebosch).
De weg door het Gemeentebosch heeft hetzelfde karakter als de weg door de Sijsselt, waar we net vandaan komen (uitgesleten wegprofiel en begeleidende wal aan de zuidzijde). Bij de beek aangekomen is het de moeite waard voor een extra stop, omdat hier aan de hand van de interessante kaart van Jan van Call veel te vertellen valt.

 

Het huidige sprengen-gebied van de Renkumse Beek op de interessante kaart van Jan van Call.
Waar de Renkumse Beek de A12 net niet ontmoet (bij de huidige sprengen van de beek) liggen interessante objecten. De kaart van Jan van Call uit 1656, van de Renkumse Heide is bij de beschrijving hiervan erg instructief. (Op deze uitsnede ligt het noorden rechts, en het westen onder).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van de interessante zaken op de kaart kan in de eerste plaats genoemd worden het Paelbergch Dell , een droogdal vanaf de beek in noordoostelijke richting (het was vroeger gedeeltelijk een nat dal). Aan de noordzijde werd dit dal geflankeerd door de Paelberg. Op de Ginkelsche Heide liggen meer van die heuvelruggen. Door de aanleg van de A12 in de jaren 1940 zijn de oorspronkelijke vormen van de Paelberg en het Paelbergch Dell aangetast.
(op AHN lijkt de Paelberg wel onderdeel van een Paraboolduin).
Op de kaart van Van Call zie je ook dat de huidige sprengen van de beek toen gevoed werden door de Ginckelsche Kolck. Van de beide takken van de beek kwam er eentje uit het oosten, uit het Paelbergch Dell, en er kwam eentje uit het noorden, waarschijnlijk uit het nu Fossiele Beekdal. De Ginckelsche Kolck lijkt een oppervlakte van wel ongeveer 60 X 60 meter te hebben gehad. Op de lage plaatsen aan de noord- en zuidzijde van de A12, kan men nu hier en daar nog plantensoorten (o.a. Pitrus) aantreffen die vochtige omstandigheden aanwijzen in de vegetatie (Schaafsma, 2012).
Net ten zuiden van de Ginckelsche Kolck ging de Maener Wech (of mander straet) over de beek. Deze weg ligt er gedeeltelijk nog. Hij liep van de buurtschap Maanen via Wolfheze naar Arnhem.
Op een detailkaart van dit gebied van Isaac van Geelkercken:
https://www.geldersarchief.nl/bronnen/foto-s-en-films?mizk_alle=Ginckelschen%20kolck
zijn de bochten in de beek goed te zien. Door de regelmatige schoonmaakwerkzaamheden in de voorbije eeuwen liggen ze er nog precies net zo. Om de kaart goed te kunnen interpreteren moet men wel de windroos een kwartslag met de wijzers van de klok mee draaien. Mogelijk zijn die bochten in de beek ooit meanders geweest, maar door het uitdiepen in de harde ondergrond (bekijk de zeer diepe beek ter plaatse) kregen ze niet de kans om, bij zo’n geringe stroomsnelheid, de bochten uit te slijpen en af te snijden.
Op de kaart van Van Geelkercken zie je ca. 200 m ten westen van, en parallel aan, de beek de Wech van Reems. Deze weg kun je met de meeste bochten van toen in het veld terugvinden. Het is jammer dat de boswerkers geen weet hebben van de ouderdom van deze weg (375 jaar); men zou er niet met zulke zware tractoren op moeten rijden.
De Ginckelse Kolck is op deze kaart ook ongeveer 60 X 60 meter.

 

Na ongeveer 250 m komen we op de plek waar vroeger de Doorwertse turfweg gekruist moet hebben (richting ZO <> NW). Zie hiervoor de kaarten van Van Call (1656), en Elshoff (16??). Ook op de AHN-kaarten is het spoor precies te vinden. Maar tot op heden niet hier in het veld. Er moet beter gezocht worden.

Stop (9): Bij de onzichtbare Doorwerthse Turfweg.
De Doorwerthse Turfweg was een weg van Doorwerth naar een veengebied ergens in de buurt van Ede of Veenendaal (of Maanen??). Waarschijnlijk werd langs deze weg turf aangevoerd voor kasteel Doorwerth. Op de AHN-kaart is hier in het Gemeentebosch een vaag profiel te zien van de Doorwerthse Turfweg, maar in het terrein is daarvan niets terug te vinden. De wal langs de Manensche Weg is hier ook nergens duidelijk onderbroken. Op andere plaatsen is het spoor van de Doorwerthse Turfweg duidelijker. In ’t Vogelwoud-bosje en op de Ginkelse heide liggen nog sporen, en zelfs complete stukjes van die weg.
Verder gaand langs de weg door het Gemeentebosch treffen we na ongeveer 500 m een kaalkapterrein aan ter linkerzijde van de weg. Hierover lag de vroegere Hartter wegh.

Stop (10): De kruising met de Hartter wegh.
In het midden van dit kaalkapterrein, scheef erover (richting NNW <> ZZO) liep vroeger een weg van Ginkel naar Harten (zie o.a. de kaarten van Van Geelkercken (1657) en van Kempinck (1610)). Het deel ten noorden van de Manensche Weg heette Ginckeller wegh, het deel ten zuiden Hartter wegh. Juist ten westen van deze Ginckeller wegh lag niet zo lang geleden een cirkelvormige heuvel met een diameter van ca. 50 m (zie de voorlaatste topografische kaart). In het terrein is nog wel een verhoging te zien, maar geen duidelijke heuvel meer. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat we hier met een geëgaliseerde grafheuvel te maken hebben. Grafheuvels zijn doorgaans kleiner dan 50 m. Het tracé van de Ginckeller wegh is duidelijker op de AHN-kaarten te zien dan het tracé van zijn verlengde (de Hartter wegh). Nu is er niets meer in het veld waarneembaar. De recente robuuste bodembewerking is daar mede debet aan. Echter ook het zuidelijke tracé (Hartter wegh) is in het bos niet goed te volgen. En ook op de AHN-kaart is niet duidelijk te zien waar deze precies gelopen heeft. Waarschijnlijk liep de weg ter plaatse rondom enkele zandheuvels heen, die daar in het bos liggen. Waarschijnlijk is een van de beide gebogen wegen (of allebei), iets zuidelijker, het oude tracé. Op de AHN-kaart is het vervolg van deze Hartter wegh wel weer te zien, iets zuidelijker in het Gemeentebosch en bij de kleine ronde heide in het gebied van de Bosbeek (in ’t Vogelwoudbosje).
We vervolgen de route. 600 m verderop (bij de laatste zijweg voordat we het diepste punt van het beekdal bereiken) komen we bij de oude Wegh na Reems.

Stop (11): Bij de Wegh na Reems
Hier kunnen we het vrijwel gave tracé van de minstens 400 jaar oude Wegh nae Reems vinden. We spreken hier van een ‘gaaf tracé’ omdat de bochten in de weg (evenals de meanders van de 150 m verderop liggende beek) vrijwel in dezelfde vorm op de kaart van Van Geelkercken uit 1657 aangegeven zijn, als we ze hier nu nog zien liggen. Dit weggedeelte zou een beschermde status verdienen. Het is dan ook jammer dat men er bij het bosonderhoud onwetend met zeer zwaar materieel overheen gereden heeft. Het is niet helemaal duidelijk hoe deze weg verder naar het noorden (richting Reemst) heeft gelopen: waarschijnlijk niet rechtdoor, maar een stukje met de Manensche Weg mee naar het oosten? Naar het zuiden toe kwam deze weg uit op een knooppunt van wegen juist ten noorden van de kleine ronde heide bij Bosbeek.
Onze route vervolgend komen wij 150 m verderop in het diepst van het dal. Deze plaats is ook een stop waard.

Stop (12): Bij de huidige oorsprong van de Renkumse beek.
Men kan aan het dal zien dat de beek vroeger verder naar het noorden doorliep. Aan de noordzijde van de weg heeft men het zogenaamde ‘fossiele beekdal’ kaal gekapt om het beter zichtbaar te maken. Het fossiele dal loopt aan de noordzijde van de A12 en aan de oostzijde van de Wijde Veldweg door naar Zuid-Ginkel. De splitsing van het dal hier ter plekke – met een zijdal naar het oosten (het Paal bergh Dell genaamd), is door de aanleg van de A12 in de Tweede Wereldoorlog ingrijpend onzichtbaar geworden. De A12 is ongeveer door dit droogdal aangelegd. Op de plaats van de A12, en net ten noorden daarvan, heeft vroeger de Ginckelsche Kolck gelegen. Als de afbeelding hiervan op de kaarten van Van Call (1656) en Van Geelkercken (1657) juist zijn dan had deze waterkolk een oppervlakte van wel een halve ha. Hij is niet meer zo duidelijk zichtbaar, niet alleen door de aanleg van de A12, maar ook door de grote zandverstuivingen hier in het verleden.
De waterminnende planten van de kolk zijn aan de noordzijde van de A12 echter nog te vinden (Schaafsma, 2013).
Aan de zuidkant van de weg ziet men de resultaten van het beekonderhoud door de zogenaamde ‘laarzengroep’. Onder leiding van Ruud Schaafsma worden op zaterdagen door een groep vrijwilligers al jarenlang de Renkumse en Heelsumse beken, waar nodig, uitgediept en zo watervoerend gehouden.
We vervolgen het tracé van de Manensche Weg en komen na ca. 150 m uit op de Wijde Veldweg (met fietspad).

Stop (13): Bij de Wijde Veldweg.
De Wijde Veldweg (en Wijde-Veldpad) waren vroeger vermoedelijk twee afzonderlijk wegen. Bij de spoorweg is een knik in de weg, waar de naam verandert: naar het N Wijde Veldweg, naar het Z Wijde-Veldpad. De Wijde Veldweg, langs de Ginkelse heide, had vroeger aansluiting op de huidige Ginkelseweg. Delen van deze laatste bestaan nog: Bij Heelsum, als verharde weg, en langs de bassins van de Sinderhoeve, als veldweg. Het stuk tussen de Sinderhoeve en de knik bij de spoorovergang is nu verdwenen evenals het stuk over de golfbaan tussen het sportpark en de Klein Amerikaweg. Deze weg verbond Heelsum dus met Zuid-Ginkel. Het huidige Wijde-Veldpad liep vermoedelijk vroeger bij de spoorweg rechtdoor (nu met een knik) en sloot ten noorden van de A12 aan op het verlengde van de Heidebloemallee (door het Gildtse zand). Langs die bosweg liep nog niet zo lang geleden een fietspad. Deze weg is waarschijnlijk identiek aan de Aenstooeter wegh op de kaart van Van Call (1656). Het was een verbinding tussen Renkum en Otterlo (via Nieuw-Reemst en Mossel). De verbindingsfunctie tussen Renkum en Ginkel van het huidige Wijde-Veldpad/Wijde Veldweg werd vroeger waarschijnlijk vervuld door de Hartter- en Ginckeller wegh die ongeveer midden over de Ginkelse heide liep en waar we even geleden een stop hadden.
Na dit intermezzo het vervolg van de Manensche Weg: We kunnen het tracé van de Manensche Weg hier niet verder volgen. Het verlengde van de weg ligt er wel, maar is geblokkeerd door omgevallen bomen. Het tracé door het bos is echter nog steeds duidelijk herkenbaar. Om het doorgaande tracé (dat uiteindelijk op de Duitsekampweg uitkomt) weer op te pakken moeten we een kleine omweg maken door het zuiden. We gaan daarom bij de Wijde Veldweg rechtsaf over het fietspad en nemen de eerste bosweg links. Dit bochtige pad volgen we. Het buigt steeds meer af naar rechts. Doorrijden tot de eerste viersprong en daar linksaf. Vervolgens bij de tweede echte viersprong stoppen. We zijn terug op het tracé.

(14) Weer terug op het tracé.
We zijn weer op het tracé van de Manensche Weg (als dit hem is, want bij de andere alternatieve tracés (verderop in dit stuk) zijn bijna net zulke aannemelijke verhalen te schrijven). De linker tak van het tracé loopt dood in de vegetatie. Maar je ziet in de verte de A12 liggen. We volgen nu maar de rechter tak, die doorloopt tot aan Hotel Buunderkamp. We merken op dat de weg hier en daar weer de karakteristieken van een niet helemaal rechte weg met verdiepingen en met wallen heeft (is dat echt zo??). Bij het hotel loopt de weg dood op de gebouwen. Om het tracé weer op te pakken kunnen we het beste weer via een omweg ten zuiden langs het hotel gaan, tot aan de geasfalteerde oprijlaan. We gaan op deze oprijlaan (Buunderkamp) linksaf en dan bij het zijpaadje rechtsaf. Waarschijnlijk, niet voor niets, is dit precies het verlengde van de bosweg waar we vandaan kwamen en ook precies het verlengde van de Duitsekampweg waar we naar toe gaan. We volgen dit zwarte pad.
Aan het eind van het zwarte grindpaadje kruisen we het Buunderkamppad (met fietspad).

Stop (15): Bij de kruising met de Remster wech (Buunderkamppad).
Het huidige Buunderkamppad is ongeveer identiek aan de vroegere Remster wech (kaart van Van Call, 1656). Het was een verbindingsweg tussen Renkum en Reemst (een tak naar Nieuw Reemst en een naar Oud Reemst). We kruisen deze weg. Ongeveer 60 m verder komen we bij de plaats waar vroeger de Vossen wech (van Heelsum naar Mossel) lag. Daar is nu nog alleen nog maar een bosrand te zien, met hier en daar resten van een wal. Maar op andere plaatsen is deze Vossen wech ook nu nog te berijden. Hij ligt precies langs de oude grens tussen Renkum en Doorwerth.
We volgen de Duitsekampweg over het fietspad.

Een extra argument voor de hypothese dat hier de Duitsekampweg op de plaats ligt van de vroegere Maenderweg is dat op de kaart van Elshoff uit 1731 deze laatstgenoemde weg een hoek van ongeveer 60 graden maakt met de Weg naer Utrecht. Dezelfde hoek maakt de Duitsekampweg met deze Oude Utrechtseweg op een hedendaagse topografische kaart. Ook de hoek (ca. 30 graden) naar het ZZO in de Maenderweg is nu nog duidelijk te herkennen, als je tenminste de smalle heide ook als deel van de Maenderweg ziet.

Afbeelding: Hier komen twee kaarten:

In het terrein kunnen we hier en daar overstekende koeien verwachten. Deze begrazen de vegetatie van natuurgebied de Reijerskamp. Ongeveer halverweg het fietspad naar Wolfheze gaan we door een ondiep droogdal (het zogenaamde Turff dell). Dit droogdal loopt in zuidwestelijke richting, kruist de Spoorweg, de Telefoonweg en de Wijde Veldweg en komt uit bij de Eerste Quadenoordse spreng in het Renkumse beekdal. Aan de oostzijde van de grasvlakte komen we bij het wildrooster. De weg die we daarna kruisen heet Reijerskamp (Deelensche weg).

Stop (16): Bij de Deelensche weg.
Deze weg heeft ooit naar het zuiden, via een spoorovergang verbinding gehad met de weg langs de Boschhoeve. De weg liep toen bij de Boschhoeve, niet zoals nu met bochten, zuiver rechtdoor in het verlengde van de weg van de Boschhoeve naar de Jonkershoeve. Op de kaart van Elshoff (17??) ligt ongeveer op deze plaats de Deelensche weg, die toen via Oud Reemst naar het noordoosten liep.
We vervolgen verder de Duitsekampweg (een verharde weg door Wolfheze) tot de T-kruising bij de Wolfhezerweg.

Stop (17): Bij de Wolfhezerweg.
Bij de Wolfhezerweg gekomen is het niet helemaal duidelijk hoe de Manensche Weg vanaf dit punt naar het eindpunt ten noorden van het Wiltforstersgoet in Oude Wolfheze liep. De kaart van Elshoff (17??) suggereert dat het wegenknooppunt waar de weg uitkwam precies lag bij de kruising van het Papendal met de Heer wegh oft openen wegh. Dat is vlak bij het viaduct in de Wolfhezerweg. Als dat waar zou zijn, dan viel de Manensche Weg (en nog enkele andere wegen uit het noorden, van Heelsum, Bennekom, Ginkel en Reemst) hier samen met de huidige Wolfhezerweg. Het is ook mogelijk (en volgens mij waarschijnlijk) dat de Manensche Weg via de beukenlaan langs de smalle heide, ten oosten van de Balijeweg liep. We zullen aannemen dat het dit laatste tracé is geweest. In dat geval moeten we de Manensche Weg rechtlijnig doorgetrokken denken, als verlengde van de Duitsekampweg.
We moeten nu dus weer een omtrekkende beweging maken om het tracé op te pikken. Daartoe gaan we hier op de Wolfhezerweg rechtsaf en dan gelijk over de spoorweg linksaf via het fietspad.
Na ca. 375 m zien we dan aan de rechter zijde het smalle heideveldje (mogelijk een schaapsdrift??), met de beukenlaan.

Stop (18): Bij de beukenlaan naast de smalle heide.
We gaan verder via de beukenlaan. Dit was vroeger zeker een voorname allee waarlangs gemakkelijk verkeer uit het NW Oud-Wolfheze zou kunnen benaderen. De smalle heide loopt nu dood op de A50. We moeten nu weer een omtrekkende beweging maken om het tracé aan de andere kant van de snelweg weer op te pikken. Daartoe gaan we bij het fietspad rechtsaf. Het fietspad komt uit op de Balijeweg. Daar even linksaf en we komen weer op de Wolfhezerweg. Daar gaan we weer linksaf en vervolgens vlak voor de A50 door het rechter talud bij de snelweg naar beneden, totdat we op de Oude Kloosterweg (vroeger Heer Wegh of Schemsche weg) uitkomen. We gaan daar linksaf onder het viaduct door.
Net aan de oostzijde van het viaduct gaat een bosweg schuin links door het Papendal (een hier tengevolge van de aanleg van de A50 zeer versmald Papendal. De heuvels ten oosten van dit Papendal en ten noorden van de Heer wegh heten de Rinckelberg. Als we de Heer Wegh / Schelmse weg) 250 m volgen komen we bij een voormalig wegenknooppunt waar vermoedelijk ook de Manensche Weg op uitkwam. Hier komt ook de laan langs de boswachterswoning naar hotel Wolfheze uit. Een argument dat het wegenknooppunt hier lag en niet bij het viaduct is dat de genoemde laan ongeveer in het verlengde ligt van het Schilderslaantje en de Zonneheuvelweg. Dat waren vroeger belangrijkere oudere wegen naar Oosterbeek dan de huidige Wolfhezerweg.
Hiermee zijn we op het eindpunt van de Manensche Weg uitgekomen. Via de oude Heer wegh kon verder de weg naar Utrecht vervolgd worden (zonder veel ‘vijandige’ Edese boeren tegen te komen. Want deze gingen waarschijnlijk via de Oude Edese weg naar Arnhem.

Alternatieve tracés:

https://www.google.com/maps/d/u/0/edit?mid=1JcdxGoVieyq2uDSVZYuHdtVpjAc&ll=52.01771581098943%2C5.694493499999908&z=13

Een zuidelijk tracé:
De kaart van Van Geelkercken (1657, 0012-K258) suggereert een tracé van de Manensche Weg via de huidige Zandlaan en Horalaan. Dat was vroeger het verlengde van de Maanderdijk, de zuidgrens van de buurschap Maanen. De Manensche Weg buigt op die kaart van Van Geelkercken namelijk met een duidelijke hoek (van maar liefst 45 graden!) af naar het zuidwesten. Hij is op deze detailkaart echter niet verder naar het westen getekend. Maar als je het tracé doortrekt en projecteert op een recente topografische kaart dan kom je uit bij de Horalaan. Ook Edelman en Edelman-Vlam noemen dit tracé via de Horalaan de plaats van de waarschijnlijke Manensche Weg, als zij de bekende grote kaart van het Moftgebied van Passavant (16??) bespreken. De weg kwam dan dus op de uiterste zuidoosthoek Maanen binnen.

Het centrale tracé
Het meest rechtlijnige alternatief (en de voorkeursrichting was ook vroeger de rechte lijn, tenzij er fysieke, economische of sociale obstakels waren waar omheen moest worden gegaan), sluit aan op een oost-west-weg door de Sijsselt en hij loopt lengs de sprengen van de Renkumse Beek in ZOO-richting, via bospaden met wallen en langs hotel Buunderkamp, en vervolgens via de huidige Duitsekampweg (ook met wallen en bomenrijen) naar de Wolfhezerweg en (na een onderbreking) via de kleine smalle heide ten oosten van de Balijeweg door het weglichaam van de A50 naar de Schelmseweg ten noorden van het Wildforstershuis (nu hotel Wolfheze). Mogelijk is ook de beukenlaan langs het smalle heideveldje dus een restant van de het tracé. Een probleem is dat op de plaats van de Duitsekampweg op vroegere kaarten geen weg is aangegeven.

De vroegste kaart waarop de Manensche Weg voorkomt is die van Witteroos uit 1570 (Den Wech nae Maenen). Volgens de schaal van deze kaart uitgemeten (1 gelderse roede = 3.80 m) zouden wij de weg dan ook ongeveer moeten zoeken in het verlengde van de Parkweg, mogelijk over het ENKA-fabrieksterrein. Dit suggereert een tracé in de buurt van het voormalige ENKA-fabrieksterrein of op de plaats van de Rijnspoorweg, en verder oostwaarts via een zandweg door het huidige Maanderbos, Hertenbos en Doornbos in de Sijsselt.
Een andere kaart die dit tracé ook ondersteunt is die van Van Geelkercken (1642) van de buurschap Maanen heeft gemaakt:
https://www.ede.nl/gemeente/gemeentearchief/geschiedenis-van-ede/1-openbaar-bestuur/buurt-maanen/

csm_GA14524_876d167ded

Op deze kaart ziet men, op de rechterhelft van de kaart, een NNW<>ZZO verlopende weg met de hele vage aanduiding Wegh naer Arnhem. Dichter bij Maanen heet deze weg Bûer Steegh. Maar “Arnhem” is wel het sleutelwoord, want ook op een kaart uit 1656 van Jan Van Call (1656) heeft de Manensche Weg als alternatieve aanduiding Mander straet (comt van Arnheim).
Op de Geelkercken-kaart van Maanen (1642) begint de Wech naer Arnhem iets ten noorden van het centrum van Maanen (ongeveer bij het huidige station Ede-Wageningen). Dit is dus in overeenstemming met de hypothese.
Dan is er nog de kaart van Van Geelkercken (1649). Het is een in 1676 door Passavant gecontroleerde verbetering van de kaart van Witteroos uit 1570. Het westelijke deel van de Manensche Weg heet op die kaart Haelbomssen wegh en het oostelijke deel Manenssen wegh.

Een noordelijker tracé
Op de kaarten van Van Call (1656), Heuff (1656), en Elshoff (16??) lijkt de Manensche Weg na passage van de Renkumsebeek, bij de Ginckelsche Kolck naar het NW rechtdoor te hebben gelopen, over de Ginkelse heide. Dit tracé lijkt vrijwel samen te vallen met de huidige diagonale rechte zandweg naar het NW, over de heide. Als dit juist is, zou dit tracé van de Manensche Weg toen in de bocht van het fietspad naar het NW (Renkumseweg) kunnen hebben aangesloten en via de noordkant van de Sijsselt op de noordoosthoek van Maanen zijn uitgekomen (dit is de domeingrens met Ede). Mogelijk is dit ‘zeer vroeg tracé’ — een gemeenschappelijke weg van Ede en Maanen samen (toen ze nog geen ruzie hadden??). In een oorkonde uit 1437 is sprake van de Manensche en Eedsche Heet Weg (Leijden, 1940). Mogelijk is het deze weg die op de kaart van Maanen uit 1642 aangegeven wordt als Den Over Wegh. Het was een weg die we mogelijk nu nog terug vinden langs de noordzijde van het Sijsseltse bos (fietspad naar Renkum). Hier heeft ook de Oude Ederweg gelopen, naar de Hazekamp ten noorden van Wolfheze (zie kaart ??). Mogelijk is deze weg identiek aan de Manensche en Eedsche Heet Weg. De naam Overwegh zou kunnen verwijzen naar “gelegen boven de Sijsselt” ?? Genoeg hypothesen. Feit is dat momenteel nog een zandweg over de Ginkelse heide loopt van NW naar ZO. Hij komt uit bij de sprengen van de Renkumse beek, bij de vroegere Ginckelsche Kolck. Een spoor van het verlengde van deze weg ten zuiden van de A12 is duidelijk te zien op AHN (en na raadpleging daarvan ook in het veld).
Meerdere tracés mogelijk in verschillende tijden?
Mogelijk kwam eerst later (na hevige conflicten tussen de boeren van Ede en Maanen), het door Edelman-Vlam genoemde zuidelijke tracé langs de Horalaan in zwang. Dit eerder door ons genoemde tracé begint in de uiterste zuidoosthoek van Maanen (en dat ligt inderdaad in het verlengde van de Maanderdijk).Het is zeer wel denkbaar dat de Manensche Weg, onder druk van de concurrentie met Ede in de loop van de tijd steeds verder van Maanen-Noord naar Maanen-zuid is opgeschoven. Wat is hierover reeds uitgezocht en beschreven?
Een theorie die deze verschillende plaatsen van de Manensche Weg kan verklaren is dat de buurschap Maanen in de loop van de tijd (door concurrentie met het expanderende Ede) geleidelijk van het noorden naar het zuiden kan zijn opgeschoven. Het noordelijke tracé van de Manensche Weg zou dan kunnen overeenstemmen met een vroege weg over de Ginkelse heide en het zuidelijke tracé met een latere Maanderweg door de Sijsselt of langs de Rijnspoorweg. Deze twee liggen 1750 meter uit elkaar; en dit is ook de breedte van de vroegere buurschap Maanen, pal ten zuiden van Ede en ten oosten van de Sijsselt.
Een andere minder waarschijnlijke mogelijkheid is: aansluiting op de Horalaan en dan via de boerderij Ginkelseweg nr. 1 ?? langs de meest zuidelijk gelegen weg door het Gemeentebosch en via de brug in de Renkumsebeek naar de vijfsprong in de Wijde Veldweg, en vervolgens via de eerste bosweg ten noorden van het spoor naar de spoorwegovergang van de Telefoonweg. Daarna via de zuidelijke of noordelijke parallelweg naar Wolfheze en verder. Het gedeelte door het Gemeentebosch, tussen de Bosbeekweg en de beek is op de pré-kadastrale kaart van 1818 een deel van de Weg van Bennekom naar de Beek. Deze weg naar de beek is mogelijk de huidige Bennekomse Vossenweg.
Nog een andere mogelijkheid is dat de Manensche Weg helemaal langs verdwenen wegen in de buurt van de Rijnspoorweg (aangelegd omstreeks 1850) heeft gelopen – dit is natuurlijk wel de meest rechtstreekse verbinding tussen Maanen en Wolfheze. Op kaarten van voor 1850 zijn echter geen wegen op de plaats van het spoor te vinden, of het zou deze Manensche Weg moeten zijn.

(Aanvullingen en correcties zijn welkom)

Hartenseweg

Hartenseweg:

Op de bekende kaart van Passavante / Geelkercken uit de 17e eeuw maakte het meest Westelijke stukje van de huidige Heelsumseweg, in Bennekom, deel uit van de huidige Hartenseweg. Deze weg heet op die kaart de wegh van Arnhem naer Benekom. De huidige Keijenbergseweg bestond toen nog niet. Er was wel een andere verbindingsweg tussen Bennekom en Heelsum de Weg van Hartten naer Bennekum. Deze weg liep van de molen op de Molenkamp in Bennekom langs de noordzijde van de Hullenberg naar Heelsum. De weg maakte toen waarschijnlijk bij de Molenbeek (naar het westen gaande) niet de bocht die hij nu maakt, maar liep daar naar het westen rechtdoor (zoals ook op de kaart van Passavante). Ongeveer vanaf het Everwijnsgoed (waar de naam Bennekomseweg verandert in Keijenbergseweg) liep hij (naar het ZO gaande) verder naar het ZO via het tracé van de huidige Bennekomseweg.

Verder met de Hartenseweg:

Op de kaart van Passavante / Geelkercken is het Papenpad nog niet afgebeeld. Dit in tegenstelling tot wat Edelman-Vlam schrijven in het gedenkboek voor Van Hoffen. Zij hebben daar vermoedelijk de Hartenseweg verward met het Papenpad. De Hartenseweg was een veel oudere belangrijker verbindingsweg naar Renkum, en verder door naar Arnhem. Het Papenpad was een nieuwere meer lokale kerkweg, die in de tijd van de Reformatie belangrijk werd, maar waarschijnlijk geen economische functies had. Het Papenpad loopt van de omgeving van de Bennekomse kerk kaarsrecht naar het voormalige kasteel Grunsvoort.

Echter, waarschijnlijk hebben de belangrijkheid van Papenpad en Hartenseweg in de loop der tijd nogal eens gewisseld. Op de pré-kadastrale kaart van 1818 wordt namelijk wel het Papenpad afgebeeld, maar de Hartenseweg in het geheel niet.

Het is merkwaardig dat de Hartenseweg op de kaart van Witteroos (1570) al wel de zig-zagvorm had die hij nu nog steeds heeft (Die Bennecomsche Wech van Reijncom), en op de Passavant-kaart niet. De weg loopt duidelijk langs de kromme grenzen van percelen (met namen).

8Witteroos_hartenseweg_heelsumseweg

Afbeelding. Verloop van de voorlopers van de Hartenseweg (rode lijn), de Geertjesweg (blauwe lijn) en de Zwarteweg (paarse lijn) op de kaart van Thomas Witteroos (1570). Bij de T-kruising van de rode en de blauwe stippellijn ligt tegenwoordig Hotel-restaurant Nol in ’t Bosch. De paarse stippellijn loopt op de kaart door tot aan de grens van het bos.

Een eeuw later hebben Geelkercken / Passavant de Hartenseweg als een rechte lijn afgebeeld (De wege van Arnhem naer Bennekom). Op de kaart van Van Call (1656) is alleen het stuk van de Hartense molen oostwaarts afgebeeld (Moelen Wech). Er is echter nauwelijks twijfel mogelijk: Deze weg loopt op die kaart naar de Hartense molens (700 m ten noorden van Grunsvoort). Op de pré-kadastrale kaart heeft de weg een Franse naam (Chemin de Bennekom à Renkum). Uit de literatuur (bronnen ??) blijkt dat de Hartenseweg niet altijd even goed begaanbaar is geweest. Op kaarten uit de periode tussen 1570 en nu in, zijn zelfs soms alleen maar delen van de weg afgebeeld. De weg was omstreeks het begin van de 20e eeuw soms zo moeilijk begaanbaar dat, op particulier initiatief, voor een betere bereikbaarheid vanuit Bennekom van hotel restaurant Nol in ’t Bos, de Regentesselaan werd aangelegd, zodat via de vermoedelijk nog nieuwe Keijenbergseweg kon worden gereden (VVV Bennekom, naar Nooij, e-mail 2018).

In de volksmons heette de Hartenseweg eertijds Oliemeule.

Laeck wegh

Laeck wegh:

Deze niet meer bestaande weg is op de kaart van Passavant / Geelkercken (1649-1656) te vinden; signatuur. 0012, Gelderse Rekenkamer, 1408.

Door Edelman en Edelman-Vlam (ca. 1958, pag. 124) wordt deze Laeck wegh geïdentificeerd als de huidige Hollandseweg. Na-meting op de oorspronkelijke kaart en op de recente stafkaart wijst echter uit dat zeker het noordoostelijke deel van deze Laeck wegh ca. 750 m ten NW van de voorloper van de huidige Hollandseweg heeft gelopen (en wel parallel aan deze laatste). Metingen op de kaart van Van Geelkercken / Passavant, met een schaalverdeling van 200 Gelderse landroeden van 3.80 m wijzen dat uit. In het Bennekomse Bos (op de zuidoosthoek van het Bennekomse heideveldje en het aangrenzend bos is waarschijnlijk nog ongeveer een km van deze weg terug te vinden. Altans daar loopt in het bos een zandweg (onder een hoek van 45 graden met het latere rechthoekige verkavelingsgrid) in precies dezelfde richting (ZW >> NO) als de Laeck wegh.

Geelkercken_wageningen_laeckmont

Afbeelding 1. Verloop van de voorlopers van de Hollandseweg de Wegh van Wageningen naer Quadenoord (rode stippellijn) en de voormalige Wegh van Lakemond naer Ginckel (blauwe stippellijn) op de kaart van Geelkercken / Passavant (1676).

Verder naar het NO liep de Laeck wegh mogelijk via de huidige Mosweg (net ten O van de Dikkenberg). Er bestaat een kaart (Het gebied tussen Kesteren, Homoet, Papendalsche Veld en Maanen) waarop ook dat verlengde tot aan de Mosweg is afgebeeld. En de Mosweg komt (de spoorweg overstekend) uit bij een zevensprong van wegen Aen de 7 wegh (Passavant, 1676). Lees verder Laeck wegh

Vossenweg

De Vossenweg van Heelsum naar Mossel.

Geert Nijland (concept, 7 mei 2014, updates 7 juni 2014, 15 maart 2015)

(Concept – veel hiervan is hypothetisch; blauw huidige namen, rood oude namen)

Loopt u eens via de oude Vossenweg van de Veentjesbrug in Heelsum naar het Theehuis in Mossel, langs de voormalige grens tussen Renkum en Doorwerth., afstand ca. 9 km.

Op de Zuidelijke Veluwezoom zijn restanten van oude doorgaande wegen te vinden die voor de historisch-geografisch geïnteresseerde wandelaar zeer de moeite waard zijn om opnieuw te ontdekken. De namen van sommige van die wegen vind je nog op oude landkaarten terug. In het veld zijn hier en daar, als je goed kijkt, ook sporen en wallen en oneffenheden te vinden die bijna onmiskenbaar naar deze voormalige wegen verwijzen. Ik zeg met nadruk “bijna onmiskenbaar” want ook in de historische geografie moet je altijd slagen om de arm houden, en vaak het woord ‘mogelijk’ of ‘waarschijnlijk’ toevoegen, en steeds open blijven staan voor informatie van anderen die er met een frisse nieuwe blik tegen aan kijken. Ook worden er wel eens oude sporen uitgewist door onwetende werkers van het bosonderhoud. Zoiets is nu eenmaal onvermijdelijk. Mocht u als wandelaar ideeën of aanvullende informatie hebben, dan houd ik mij aanbevolen. (rood = oude wegen; blauw = huidige wegen).

Enkele voormalige wegen op de Zuidwest Veluwe’, waarvan we op oude kaarten restanten aan kunnen wijzen zijn: De Moutweg (van Harten naar Wageningen), de Maanderweg (van Maanen naar Wolfheze), de Dorenweersen Turff Wegh (van Doorwerth via Heelsum naar Quadenoord en verder op de Ginkelse Heide), de Oude Schelmseweg (van Wageningen via Warnsborn naar Arnhem), de Hartter wegh (van Renkum over de heide naar Ginkel), De Remsterweg (van Renkum naar Oud Reemst en/of Nieuw Reemst) en de Vossenweg (van Heelsum naar Mossel).

Deze laatste weg wil ik in dit stuk nader onder de loep nemen. Nu moet ik gelijk al met het woord beginnen waar ik het juist over had, het woord ‘waarschijnlijk’. Want het is niet helemaal zeker dat de Vossenweg bij Heelsum {op de kaarten van Van Call (1656) en die van Klinkenberg (1756)}, precies dezelfde is als het Vossenwegsken nae Mossel {op de kaart van Kempinck (1610)}. Of deze twee Vossenwegen nu wel of niet identiek zijn, het is wel zeker dat we er (hier en daar met wat omtrekkende bewegingen) langs kunnen lopen of fietsen. De Vossenweg was waarschijnlijk in de 17e eeuw de kortste weg naar Mossel, precies langs de grenzen tussen de domeinen van Renkum en Doorwerth in het zuiden en tussen die van Ginkel en Reemst in het noorden.

We zullen ook aandacht schenken aan andere oude wegen die we zullen kruisen. Bovendien zullen we wijzen op andersoortige dan de historisch geografische dingen, die het leven van de wandelaar veraangenamen. Ik wil in dit stuk een lans breken voor het plaatsen van naambordjes, op verschillende plaatsen, bij deze oude, nu naamloze, wegen. Dit is een maatregel die vrij weinig geld kost, en een cultuur-historische verrijking van het landschap kan betekenen.

Ook op andere plaatsen in Nederland en België schijnt men een begin te hebben gemaakt met het (her)plaatsen van veldnamen in het landschap. En ook de Gemeente Renkum blijkt er welwillend tegenover te staan, te oordelen naar de fraaie groene houten naambordjes met witte letters in de bossen van De Hemelse Berg en de Bilderberg. Mogelijk kan de Vossenweg de volgende ‘nieuwe weg met een oude naam’ worden (op zes plaatsen een naambordje met daarop de aanduiding “Vossenweg, Van Call, 1656”, en verderop “Vossenwegsken naer Mossel, Kempinck, 1610” zou mooi zijn). En als er één schaap over de dam is ……

De Vossenweg is niet altijd even duidelijk op de kaarten getekend. Ook nu is hij in het veld niet overal meer als weg te herkennen. Toch kunnen we hem over grote stukken van het traject tussen Heelsum en Mossel volgen. Soms als een nog resterende wal, soms als een bijna verdwenen karrenspoor, soms als een markante bosrand, maar op de meeste plaatsen met een begeleidend voetpad of fietspad.

(In vet groen, zijn plaatsen aangegeven om even te stoppen en de volgende of voorgaande tekst te lezen).

De volgende link geeft een overzicht van de route (zo nodig inzoomen).

https://www.google.com/maps/d/edit?hl=nl&mid=1Iw6qTGANfSWJim1IFFJ2yhzL5eQ&ll=52.02227137007945%2C5.765934000000016&z=13

* Verkeersknooppunt bij Veentjesbrug

We beginnen onze excursie op de bekende drukke kruising met rotonde in Heelsum waar in de omgeving van Veentjesbrug in een klein gebied niet minder dan tien wegen en weggetjes bij elkaar komen. Het zal niet verbazen dat op deze plaats ook vroeger veel wegen samenkwamen: Den Oude Utrechtse Wegh (ook oude Schelmsche weg genoemd), de (nieuwe) Utrechtseweg, de Doorwerthseweg en zijn verlengde naar het noorden de Dorenweersche Turff Wech (de Bloemenlaan langs hotel Klein Zwitserland is daarvan waarschijnlijk een restant) , de Gijnkelsche Weghen, (nu Ginkelseweg), de relatief nieuwe Bennekomseweg en dus ook den Vossen wegh, kwamen / komen hier samen niet ver van de voormalige Heelsumse molens (de Kemel molen en de Morel mol).

We zullen bij de beschrijving van de route langs de Vossenweg beginnen bij het verkeersknooppunt Veentjesbrug in Heelsum en slaan de weg in die nu Doorwerthse-heide heet. Na ongeveer 200 meter slaan we linksaf de Sportlaan in. Aan de rechterkant van de Sportlaan loopt een ruiterpad langs een eikenwal. Dit ruiterpad is heel waarschijnlijk het eerste stukje van de oude Vossenweg. En de wal daar is dus mogelijk 500 jaar oud.

* Bij de knik in de Sportlaan

Waar de Sportlaan een knik naar rechts maakt zien we het ruiterpad met de eikenwal deze knik volgen. We gaan dus rechtsaf langs de gebouwen van het Sportpark Wilhelmina naar de hoek bij het hondenveld van “VDH Kringgroep Klein Vosdal”. Hier heeft aan de rechterzijde van de Vossenweg in het recente verleden een begraafplaats gelegen (kaart noemen waarop hij te zien is ??). Deze begraafplaats was een kortstondige (mogelijk nooit in gebruik geweest) opvolger / vervanger van het Drenkelingenkerkhof, ten oosten van de biologische boerderij aan de Fonteinallee.

We gaan op de hoek van het hondenveld rechtdoor, via het wandelpad (met de golfbaan aan onze linkerhand). Aan de rechterzijde van het pad ligt de wal en een greppel van de Vossenweg. In de fraaie eikenwal groeien Vogelkers, Meidoorn, Lijsterbes en aan de linkerzijde van het pad bramen. In het voorjaar is het er wit van de Grootbloemmuur en op de golfbaan staan her en der gele bremstruiken te bloeien. Ongeveer 100 m vanaf de hoek bij het hondenveld liep vroeger (een kaart uit begin 20e eeuw noemen??) dwars op ons pad een weg van Noord Renkum langs Kabeljauw naar Doorwerth. Na de aanleg van de A50 is deze weg grotendeels verdwenen. Aan het einde van de golfbaan komen we bij een T-kruising.

* Aan het einde van het golfterrein

De weg linksaf is waarschijnlijk een restant van een oude oost-westverbinding tussen Bennekom en Wolfheze en rechtsaf (nu verdwenen) was er een verbinding met een nu nog bestaande weg over de Doorwerthse Heide. De weg naar links is op de kaart van Van Call aangeduid als Gerart Happen wech (was Gerart Happen mogelijk de ‘landschrijver’ die in het huis van het Landschrijverserf woonde? (kaart van Elshoff, 1731).

We blijven de Vossenweg volgen, rechtdoor, nu door het bos. Hij wordt aan beide zijden door wallen geflankeerd, hier en daar met greppels. Opvallend is de vrij grote afstand tussen de wallen. Gerrit Breman (persoonlijke mededeling, 2015) suggereerde dat deze grote afstand kon duiden op een speciale functie van deze grensweg, mogelijk als schaapsdrift (Heelsumse schapen naar het Planken Wambuis als er onvoldoende te grazen viel dicht bij huis?).

Het bos hier bestaat uit eiken (onze inlandse, maar ook Amerikaanse- en moseiken) en grove dennen en berken. Na ongeveer 250 meter komen we bij een paardenweide met een hoge houten omheining.

* Zuidoosthoek van de paardenweide

Deze weide ligt links van de weg op een afstand van ongeveer 15 m. Aan de andere zijde van de weg ligt op dezelfde afstand een open veld. Dit veld maakte vroeger deel uit van landbouwgronden met de naam Het Nieuwe Erff (kaart van Klinkenberg, 1756). Dat erf heette, 100 jaar eerder, ook al zo op de kaart van Van Call (1656), en ik vermoed dat ook de naam Landschrijverserf op de kaart van Elshoff (1731) verwijst naar dit Nieuwe Erff . Dit Landschrijverserff zou een voorloper kunnen zijn geweest van de ooit afgebrande Boschhoeve ??). Een landschrijver was de secretaris van de Staten van Gelre. Landschrijver was een lucratief beroep en zo’n schrijver bewoonde dan ook vaak een flink huis op een groot erf (Bouwer, e-mail, 2013). Als het Nieuwe Erff in 1656 de nieuwe ontginning was, dan was vermoedelijk de paardenweide aan de linkerzijde oudere landbouwgrond behorende bij een voorloper van de Jonkershoeve, een boerderij vanaf hier duidelijk zichtbaar aan de overzijde van de paardenweide.

* Noordoosthoek van de paardenweide

Verder lopend kruisen wij aan het eind van de paardenweide (kaart Klinkenberg, 1756) weer een dwarsweg. Dit is eveneens een vroegere verbindingsweg tussen Bennekom en Wolfheze. Hij liep via Quadenoord en langs de huidige Sinderhoeve en de Jonkershoeve. Op de kaart van Van Call is deze weg ook aangegeven en wordt Quaijen oortsche wech genoemd (met de toevoeging loopt nae het nijeuwe Erff). Verder oostelijk staat op de kaart van Van Call bij deze weg de aanduiding Wech van Arnheijm nae Benicum.

De Vossenweg vervolgend, rechtdoor, zien we nog steeds aan de rechterkant de uitgestrekte akkers van de Boschhoeve liggen, en in de verte deze boerderij. Na ongeveer 350 meter kruist de Vossenweg onder een scheve hoek de Boschhoeveweg.

* Bij de scheve kruising met de Boschhoeveweg

Hier (in de buurt) lag vroeger de doorgaande verbindingsweg Naar Deelen Op de kaart van Van Call heet hij Eenen Vlagen wech Alias den Hoeven wech. Bij de Boschhoeve liep die weg nog in recente tijden (zie kaart ??) diagonaal rechtdoor over de akkers in de richting van de Reijerskamp. De naam Hoeven wech zou verband kunnen houden met het relatief grote aantal boerderijen aan deze weg, dat zijn: (mogelijk voorlopers van) Klein Amerika, Jankershoeve, Boschhoeve, Reijerskamp).

Wij volgen nu echter de Vossenweg verder rechtdoor naar de Rijnspoorweg. Onze Vossenweg, die na de Boschhoeveweg eerst rechts van de wal blijft lopen, gaat na de volgende wegkruising over naar de linkerzijde van de wal. Langs wal en weg groeien dikke eiken en berken en de struiklaag bestaat voornamelijk uit Amerikaanse vogelkers en een kruidenvegetatie van grassen, klavers en soorten als Bijvoet, Sint Janskruid, Paardenbloem.

Waar het bos aan de linkerkant ophoudt zijn weer dwarswegen naar links en naar rechts. Ook hier moeten we een vroegere verbindingsweg tussen Bennekom (en Papendal??) zoeken.

* Bij de T-kruisingen van wegen naar links en naar rechts.

De Vossenweg wordt nu geleidelijk minder duidelijk, en in de buurt van de spoorweg is er alleen nog een weinig betreden graslaantje. Aan het gemak van het wandelen of fietsen, merken wij dat we geleidelijk een helling afdalen, en wel die van het zogenaamde Turfdel. Dit is een van de droogdalen van het Renkums Beekdal. Het Turfdel loopt vanaf de Renkumse beek ter hoogte van de 1e Quadenoordse spreng in noordoostelijke richting tot aan de huidige hoeve Reierskamp. Hij kruist de spoorweg ongeveer op dezelfde plaats waar ook het tracé van onze Vossenweg het spoor kruist. De Vossenweg liep daar in het laagste punt van het dal dus vroeger rechtdoor, om verder te gaan ten noorden van de spoorweg. Wij kunnen hier echter niet rechtdoor gaan en moeten ons tijdelijk van de Vossenweg verwijderen door met het smalle pad mee haaks linksaf te gaan, en even verder haaks rechtsaf en dan nog een keer haaks linksaf, en langs de houtsingel bij de zuidelijke Parallelweg van de spoorweg. Aan het einde van dit smalle paadje zien we de spoorwegovergang liggen. We komen uit op een weg die nu de naam Renkumse Heide draagt (preciezer gezegd, is die naamloze zandweg het verlengde van Renkumse Heide).

* Bij de spoorwegovergang van de Telefoonweg

Deze weg – Renkumse heide – is niet de oude Remster wegh op de kaart van Van Call (1656). Men zou dat gemakkelijk kunnen denken al men die kaart bestudeert. De Remster wegh was ook niet de iets westelijker liggende huidige Telefoonweg, wat men ook gemakkelijk zou kunnen denken. De Remster wegh sneed precies de hoek tussen de Telefoonweg en de Renkumse heide middendoor. De voorloper van de eenzame boom midden in het grote driehoekige weiland moet aan de Remster wegh hebben gelegen. De nu verdwenen Remster wegh liep dus ook midden door het puntbosje tussen beide bestaande wegen, om verder zuidwaarts uit te komen op een snijpunt / knooppunt met de Ginkelseweg, net ten zuiden van de proefvelden bij de Sinderhoeve. In het bos ten oosten van de Sinderhoeve ligt nog een stuk van deze oude Remster wegh, compleet met wallen aan weerszijden.

* Na deze uitweiding gaan wij rechtsaf de spoorweg over.

Om het tracé van de Vossenweg weer op te pakken moeten we de spoorbaan kruisen en daarna rechtsaf de noordelijke parallelweg van het spoor weer even ver volgen (ongeveer 300 m) als we zojuist aan de zuidzijde van het spoor naar het westen zijn gegaan. Deze parallelle zandweg op enige afstand van het spoor is een van de mogelijke sporen van de voormalige Manenseweg, met als aanduiding op de Van Call kaart, Manderstraet (comt van Arnheijm). Deze laatste aanduiding is een aanwijzing dat de buurtschap Manen in die tijd even belangrijk was als Ede, en ook een eigen verbinding had met Arnhem, via Wolfheze. De Oude Ederweg en de Manenseweg (ook naar Arnhem) lagen maar ongeveer 1 km van elkaar verwijderd.

Op deze goedkope arme gronden kon elk dorp zich kennelijk permitteren om eigen verbindingen met elk ander dorp te hebben.

Bij de “Rue de bois” van huize Buunderkamp 7

Na deze verhandeling over de spoorwegparallelweg weer verder langs de Vossenweg (die hier langs of over privéterrein loopt): Na 300 meter parallelweg komen we bij de oprijlaan van Buunderkamp 7. Vrijwel zeker heeft de Vossenweg in de buurt van die oprijlaan langs de bosrand verder gelopen (nu “Rue de Bois”). We kunnen het tracé hier niet verder volgen, omdat het ongeveer 600 meter over privéterrein loopt. We kunnen hier alleen zien waar de weg gelegen moet hebben. Er zit niets anders op dan weer terug te lopen naar de spoorwegovergang en daar rechtsaf te slaan, en langs de Buunderkampweg te gaan (deze is wel de vroegere Remster wech, de Telefoonweg dus niet). Na 500 meter komen we bij een kruisend fietspad, de huidige Duitsekampweg naar Wolfheze.

* Bij de Duitsekampweg

Deze Duitsekampweg is een ander mogelijk tracé van de eerder genoemde Maanderweg. Het was niet ongebruikelijk dat doorgaande zandwegen meerdere sporen hadden. De Harderwijkerweg, de Wekeromseweg en mogelijk ook de Diedenweg (Vervloet, ??) bestonden uit diverse min of meer parallelle sporen.

Ongeveer 100 meter naar rechts (richting Wolfheze) op dit fietspad kunnen we even een kijkje nemen en ons voorstellen hoe daar (dwars op dat fietspad) de oude Vossenweg langs de bosrand heeft gelopen. Hier is het allemaal wat minder duidelijk met die Vossenweg. Maar volgens de kaart van Kempink (1610) moet hij hier toch gelopen hebben, zij het met een iets andere naam, naar het noorden Vossenweghsken nae Mossel, en in zuidelijke richting Weghsken recht nae helsumer moellen ende raait op hettern. We vervolgen de Vossenweg (nu Buunderkampweg) verder naar het noorden.

* Bij de knik in de Buunderkampweg

Deze knik zit hier niet voor niets in de weg. Het is een restant van de vroegere splitsing tussen de Vossenweg en de Remster wegh (op de kaarten van Van Call en van Kempinck). Het is ook precies bij deze knik in de Buunderkampweg waar de bosrand de weg nadert. De Vossenweg komend van de bosrand, rechts, liep hier verder langs de huidige Buunderkampweg richting de A12, terwijl de Remsterweg hier, via een nu verdwenen tracé, over het open veld van de Reijerskamp in de richting van het huidige ecoduct over de A12 liep (op de kaart ?? is dat stuk Remster wegh nog aangegeven). Daar, bij de A12, sloot de Remster wegh waarschijnlijk aan op de nu naamloze Bosweg (alias Eikenlaan), die op zijn beurt weer in het verlengde ligt van de Oud Reemsterlaan. De kaart van van Call echter suggereert dat de Remster wech niet primair naar Oud Reemst liep, maar naar Nieuw Reemst. De op de kaart getekende richtlijnen, de lini op Remster en de lini op Ginkel en hun onderlinge hoek, wijzen daarop. Maar zulke hoeken kunnen ook gemakkelijk fout zijn. Voor onze Vossenweg-route is dit echter niet van betekenis.

Want ook dit zijspoor laten we nu verder rusten en we vervolgen onze Vossenweg in noordelijke richting langs de Buunderkampweg. Wij merken dat de weg weer geleidelijk daalt. We naderen namelijk het Paelbergse Del, ook een van de droogdalen van de Renkumse beek (veel minder diep echter dan het Turf Del).

* De Paelbergh en het Paelbergse Del bij de A12

Na ongeveer 750 meter gaan we onder de A12 door (het zogenaamde Hazenpad). De Buunderkampweg verandert hier van naam (Kruislaan). De hoogte in het terrein links van de weg heette De Paelberg, een oorspronkelijk paraboolvormige stuifheuvelrug in westelijke richting, waarvan de noordelijke tak langs het zogenaamde Paelbergse Del naar de Renkumse beek liep. De naam Pael bergh verwijst waarschijnlijk naar de grenspaal tussen de vroegere domeinen van Renkum, Doorwerth en Ede – een paal die hier vroeger, hoog en droog, het ‘drielandenpunt’ aanwees. De Pael bergh en het flankerende Paelbergse Del zijn niet meer zo duidelijk herkenbaar als op de kaart van Van Call. Dat komt in de eerste plaats doordat het tracé van de A12 scheef door dit droogdal (en de stuifheuvelrug) is aangelegd. Verstoring door wegenbouwactiviteiten, dus. In de tweede plaats was er in dit gebied in het verleden veel zandverstuivingsactiviteit, waardoor het gebied steeds weer van vorm veranderde door zand-opstuivingen en – uitstuivingen.

* Aankomst bij de splitsing Kruislaan x Hutlaan.

Ca. 375 meter ten noorden van de A12 ligt weer een voormalig wegenknooppunt. Dit is nu de kruising Hutlaan x Kruislaan. De oude Vossenweg (hier heette die weg dus, volgens de kaart van Kempinck, Vossenwegsken nae Mossel) kruist hier de Oude Ederweg (op andere kaarten ook oude Amsterdamsche weg genoemd). Het is vreemd om te beseffen dat deze Oude Ederweg deel uitmaakte van de vroegere ‘snelweg/postweg’ tussen Amsterdam en Arnhem. De weg liep langs de brede, wat vervallen, boslaan geflankeerd door dubbele rijen beuken (in het Gildtse zand ten westen van de Kruislaan en ten noorden van/langs het bungalowpark ’t Hazeleger zijn ook restanten van deze oude weg terug te vinden). Naar het westen toe waren er waarschijnlijk tracés van deze Oude Ederweg via de Mechelse Kuil naar Ginkel en een over het dagrecreatieterrein ten zuiden van de schaapskooi en via de zandwegen in westelijke richting over de Ginkelse heide. Mogelijke restanten van deze tracés vind je nog terug op de Ginckelse Heide.

Nog een andere weg die ooit op het wegenknooppunt Kruislaan x Hutlaan uitkwam was een oude weg van Quadenoord naar Reemst (mogelijk de Wech van Rems op de kaart van Van Geelkercken, 1657). Een deel van die weg lijkt de huidige Hutlaan (alias Put laan) te zijn in noordoostelijke richting, en in zuidwestelijke richting zijn het de zandwegen langs/door het Paelbergse Del naar de huidige sprengen van de Renkumsebeek. Deze oude weg heeft een dubbelspoor en wordt op sommige kaarten uit de 19e eeuw ook wel met de naam Parallelweg aangeduid.

* Vertrek bij de splitsing Kruislaan x Hutlaan

We laten alle zijpaden echter ook nu maar weer links (en rechts) liggen en vervolgen onze Vossenweg. Hij liep hier op een afstand van 5 tot 20 m aan de oostkant van de huidige Kruislaan door het bos. We kunnen de Vossenweg daar (geflankeerd door greppels en/of wallen) door het bos zien lopen over een nog bestaande weg (met de fiets nauwelijks, te voet goed begaanbaar). Het larixbos heeft een bodemlaag van Blauwe bosbes en ??. (Tussen haakjes, ten westen van de Kruislaan lag in het zeer heuvelachtige Gildsche zand omstreeks 1700 Heijdenstadt, waarschijnlijk een pleisterplaats voor nomadische buitenlanders).

De restanten van de oude Vossenweg worden hier, naar de Amsterdamseweg toe, steeds smaller en onbeduidender. Maar links van het pad blijft de begeleidende wal zichtbaar tot aan de Amsterdamseweg.

* Loodrechte kruising met de Amsterdamseweg

Het tracé kruist de (nieuwe) Amsterdamseweg loodrecht. Na ongeveer 350 m komen we dan op de plaats waar het tracé van de oude Koningsweg van Ginkel naar Dieren wordt gekruist. Dit tracé is moeilijk terug te vinden, maar Gerrit Breman wijst die kruisende Koningsweg feilloos aan. De Vossenweg loopt gewoon verder door het bos in de richting van de akker ten westen van Nieuw Reemst (ook West Reemst genoemd). Dit gedeelte van de Vossenweg ziet er veel voornamer uit dan het deel aan de zuidzijde van de Amsterdamseweg — hier en daar zelfs met aan weerszijden een dubele rij beuken — . Soms loopt het pad links van de bomen, soms rechts en dan weer er tussenin. Rechts van de weg ligt het Reemsterveld (Planken Wambuis) en links het Zandbos van Noord Ginkel. Op de kaart van Van Geelkercken uit 1653 heeft de weg hier een lange, moeilijk leesbare aanduiding. Ik lees: Den vossen wegh scheijde tusschen Reemst en Ginckel. We komen aan bij de zuidwesthoek van de akker van West Reemst.

* Aankomst bij de zuidwesthoek van de akker van West Reemst

Ongeveer 150 meter ten zuidwesten van de akker zien we een droogdal. Door dit droogdal liep eertijds een Hessenweg van Ginkel naar Deelen en Terlet.

Vanaf de zuidwesthoek van de akker van Nieuw Reemst noordwaarts is het onduidelijk hoe het tracé precies verder loopt. Breman et al. (20??) noemen de weg Westerweg (leesfout??), en vermelden dat de weg de akker van West Reemst op de kaart van Van Geelkercken niet splitst. Berger (1768), die een kopie tekende van de kaart van v. Geelkercken (1653) schrijft Vossenwegsken over den kamp. En hij laat, in tegenstelling tot v. Geelkercken, de weg wel over de akker lopen. De kaart van Kelffken en Glumer (????) geeft hier uitsluitsel: er was een linker tak die ten westen langs de akker verder langs de domeingrens van het Reemsterveld liep, en een rechter tak die over de akker ging. Er zijn ten zuiden van de akker oude sporen in de heide die kandidaat kunnen zijn voor het tracé van de Vossenweg over de kamp. De stuifduinen aan de westkant van de akker heten de Westerbergen (op de kaart van Berger lezen we hier Het hoge Sandt), en die aan de oostkant de Wolfsbergen (kaart ??),

* Vertrek bij de zuidwesthoek van de akker van Nieuw Reemst

Omdat hier een doorlopend spoor van de Vossenweg ontbreekt, doen we er goed aan om met een omweg via een van de bochtige smalle bospaadjes ten zuiden van de akker en over de heide in oostelijke richting te gaan en het fietspad op te zoeken. We kruisen eerst de onverharde Plankenwambuisweg en gaan bij het halfverharde fietspad linksaf naar het noorden. Het fietspad loopt op de meeste plaatsen niet vlakbij de Plankenwambuisweg, maar op variërende afstanden daarvan.

We vinden nu onze Vossenweg (waarschijnlijk) terug op de plaats waar het huidige N-Z lopende fietspad, zo’n 750 m ten noorden van Nieuw Reemst, zich onder een scherpe hoek splitst in een linker tak (een voormalige Wekeromse weg) en een rechter tak (de voormalige Vossenweg van Mossel). Het is onduidelijk hoe het tracé vanaf de noordkant van de akker naar dit punt liep, en zelfs of daar ooit een rechtstreekse verbinding was.

* Bij de splitsing van de fietspaden

Zowel de oude Wekeromse weg als de Vossenweg liepen niet precies op de plaats waar nu de twee fietspaden liggen. In het bos liggen tussen de beide fietspaden in, twee onverharde boswegen (samen met de fietspaden dus maar liefst vier tracés die daar samenkomen. Het linker zandpad is de Wekeromseweg. Het rechter zandpad kan duidelijk kandidaat staan voor de oude Vossenweg naar Mossel. En als je wilt kun je in plaats van over het rechter fietspad ook over deze ‘echte Vossenweg‘ naar Mossel gaan (wel wat lastig fietsen in het mulle zand).

Ongeveer 1000 m verder komen we bij een rij stuifduinen, (rechts het Kruiponder, links de Kelderbergen, genoemd). Het is een oost-west lopende stuifheuvelrug, die daar doorsneden wordt door onze hypothetische Vossenweg. Het is een markant punt, waar we met wijlen Sieuwke van der Werf op de noordhelling van het Kruiponder zochten naar boreale mos-soorten.

* Bij het Kruiponder en de Kelderbergen

De Vossenweg is hier ooit door de heuvelrug heen gegraven (of/en steeds bij nieuwe verstuivingen weer vrijgemaakt), en het fietspad buigt juist aan de noordzijde van de heuvelrug rechtsaf en gaat met een haakse omweg richting Mossel, terwijl de Vossenweg daar (ook naar Mossel) rechtdoor loopt via een hier en daar vrij diepe mulle zandweg. Deze zandweg komt 100 m ten westen van het theehuis Mossel met een T-kruising op de Mosselseweg uit. Ongeveer 50 m voor die T-kruising zien we aan de rechterzijde van het pad een restant van het tracé van de oude weg van Mossel naar Ginkel (Breman, pers. med. 2013). Alleen een wal met begeleidend struweel is nog van deze weg over.

Kaarten

Kadastrale atlas (1832): Alleen de grens (Renkum – Doorwerth) is aangegeven, maar niet de grensweg. Maar die weg is er ongetwijfeld toen ook geweest, gezien er op die plaats zowel op oudere als op nieuwere kaarten wel wegen aangegeven staan (zie pré-kadastrale kaart, zie kaart van Van Call en zie kaart van Elshoff).

1818 (pré-kadastrale kaart): Er staat op deze kaart een weg met de naam Weg van Heelsum naar het

Planken Wammer. Loopt die weg inderdaad via de domeingrens ?? (verder zie de tekst bij kadastrale atlas). Op de pré-kadastrale kaart Otterlo, Sectie D, blad 01, 1811-1832 staat er ten noordwesten van de buurschap Mossel een weg die Vosse – weg heet en die min of meer in het verlengde ligt van het zandpad langs het Kruiponder. Het is verleidelijk om te denken dat de zuidelijke en de noordelijke Vossenweg oorspronkelijk (of ooit) met elkaar verbonden waren. Deze noordelijke Vosse – weg loopt min of meer evenwijdig aan de Mosselseweg in de richting van Otterlo.

1768 (Berger, 0409-K11; copie van Geelkercken, 1653): De weg heeft een duidelijke naam: Vossen Weghske over den kamp. Hij loopt tussen Het oude Hout en de Westerbergen naar het noorden.

1757 (kaart van Klinkenberg): hierop staat het Heelsumse deel als De Vossen weg aangegeven.

1750 (NN 0409-K16): De Vosseweg is slingerend langs / over de grens tussen de domeinen van Ginkel en Reemst getekend tot aan de zuidwesthoek van de akker van Nieuw Reemst. In het zuiden is de weg tot aan de kaartrand bij de Bisschopsweg (het verlengde van de Remsterweg) getekend. De Bisschopsweg werd ook wel Molenweg of Remsterweg genoemd en dit was vroeger de rechtstreekse verbinding tussen Renkum en Oud Reemst.

1731 (Elshoff ??): Dit is de enige kaart (van de hier besprokene) waarop de hele Vossenweg staat afgebeeld. Alleen bij de akker van Nieuw Reemst loopt het tracé naar Mossel niet ‘over de kamp’, maar gaat met een boog ten westen van de kamp langs.

1656 (kaart van Van Call): Den Vossen Wech. Op deze kaart kunnen we de weg volgen van Heelsum tot noordelijk van de vroegere Pael berch, (waar de huidige A12 ligt), ongeveer tot aan de Amsterdamseweg.

1656 (kaart van Dirck Heuff van het Renkumse veld, in Van der Wyck: Atlas van Gelderse buitenplaatsen): Met enige moeite lezen we De Vossen Weghen, en deze weg is ook hier (net als bij Van Call) de grensweg tussen Doorwerth en Renkum.

1653 (Geelkercken, 0124-AKV591): De aanduiding van de weg is moeilijk leesbaar, dus onder voorbehoud: de Vossen Wegh erfscheijde tusschen Rheemst en Ginckel. De weg loopt vanaf de Paelberg verder zuidwaarts de kaart af.

1629 (Kelffken en Glumer, 01245123): met moeite te lezen Voscheweegsken. De weg splitst zich ten zuiden van de akker van Nieuw Reemst op in twee gelijknamige takken, een over de akker en een ten westen van de akker.

1610 (kaart van Kempinck): In een vrijwel onleesbaar handschrift, dat Moerman heeft ontcijferd, leest men bij het noordelijke deel: Vossenwegsken naer Mossel (over de kamp ??), en bij het zuidelijke deel: weghsken recht nae helsumer moellen ende raait op hettern (hettern = Heteren). De richting Heteren klopt ook voor de huidige Buunderkampweg nog precies. Op sommige kaarten zie je inderdaad dat de Vossenweg over de westzijde van het akkerland van Nieuw Reemst loopt, op andere kaarten loopt hij er precies langs. Op een Wandelkaart van Arnhem en omstreken (ca. 1900, ??, sign. 1506-1596) is het akkerland van Nieuw Reemst door groen gescheiden in een oostelijk gedeelte en een westelijk gedeelte. Door het groene middendeel loopt de weg. Het lijkt waarschijnlijk dat de Vosseweg (nu op deze plaats verdwenen) aansluit op het nog wel bestaande noordelijke deel (bij Kruiponder) en het zuidelijke deel (bij de Kruislaan), te meer omdat de naam dezelfde is.

Verder in het verleden dan 1610 is de Vossenweg niet te volgen. Ongetwijfeld kan historisch onderzoek in andere bronnen dan landkaarten meer informatie over deze oude Vossenweg boven water brengen.

Literatuur:

Breman, G. et al. (20??): Het Reemsterveld (internet).

Schaafsma, R. (2013): De Renkumse en Heelsumse beekdalen.

Bouwer, K. (20??): Voor profijt en genoegen; en email-contacten.

Vervloet, J. (????): De Diedenweg.

Geert Nijland, 7 mei, 2014 (updates 19 mei, 2014; 15 maart 2015)