Featured

Mijn website

Dit is een website met Inhoud die in drie hoofdstukken is ondergebracht:

Afdeling 1. met vertalingen van gedichten uit en in verschillende talen (Nederlands, Engels, Duits en Zweeds). De vertalingen zijn “over en weer”. Er staan bijvoorbeeld vertalingen van Nederlandse gedichten naar het Engels en het Duits in, maar ook Zweedse gedichten die vertaald zijn in het Engels en het Nederlands. Steeds is naast de vertalingen het originele gedicht afgedrukt. Soms zijn voetnoten in verschillende talen toegevoegd. Wij garanderen niet dat de vertalingen foutloos zijn. Wel hebben er verschillende mensen naar gekeken en hun suggesties gegeven. De eindredactie is steeds verzorgd door Geert Nijland. Opmerkingen over foute vertalingen of suggesties voor verbetering zijn welkom. Er staan nu nog maar enkele gedichten op de website, maar in de toekomst kan men vertalingen van gedichten van Emily Dickinson, Harry Martinson, Gerrit Achterberg, Martinus Nijhof en vele anderen verwachten. deze staan in de wachtrij voor een laatste revisie. Lees verder Mijn website

Kaart van Elshoff, 1731

De kaart van Elshoff (1731) naar een copie van Gelders (1702) naar een oorspronkelijke kaart van Van Geelkercken uit 1632 van het gebied tussen Arnhen, Renkum, Wekerom en Terlet (signatuur van de kaart: 0409 Huis Keppel 1537).

Deze buitengewoon interessante kaart is Elders beschrijven op de blog Landschap lopen landschap lezen van Mathilde Maijer:

https://landschaplopen.wordpress.com/2018/03/13/oude-kaart/

Er is inderdaad heel veel te zien op de kaart, waar we ook nu nog sporen van in het veld kunnen terugvinden. Alleen moeten we ons wel bewust zijn van de gegeven waarschuwing dat de schaal van de kaart (200 passen is een half uur gaans) alleen in het centrum van de kaart geldt en niet in de periferie. Hieronder opmerkingen / hypothesen, vooral over de wegen, maar ook enkele andere.

Enkele bevindingen wijken af van die op de genoemde blog. Vaak zijn het aanvullingen.

Kaart: https://www.geldersarchief.nl/bronnen/foto-s-en-films?mizk_alle=elshoff%201731

**1 Klaas Bouwer deed mij de hypothese aan de hand dat Heydenstadt wel eens een zigeunerkamp kan zijn geweest, een soort verbanningsoord. Dergelijke kampen (onze woonwagenkampen) lagen vaak op afgelegen, onvruchtbare, woeste gronden. Welnu, het Gildtsche Zand is mogelijk het meest dorre, droge gebied in de omgeving, ook nu nog (cross-terrein voor mountain bikers). Van Gerrit Breman hoorde ik dat er recent archeologisch onderzoek is gedaan naar deze Heydenstadt.

**2) Aandacht verdient ook de verlanden graaf ten westen van Wolfheze. Ik maak mij sterk dat deze NZ lopende ‘gevorkte graaf’ iets te maken heeft met de twee landgraven van Laag Wolfheze. Wie weet er meer van?

**3) Naamloos op de kaart is de Doorwerthse Turfweg afgebeeld. Hij liep ooit van Doorwerth via Heelsum langs de achtsprong in het Quadenoordse droogdal, via 1e Quadenoordse Spreng, en over het huidige ronde heideveldje in ZO >>> NW-richting naar de westelijke Ginkelse Heide (werden via deze weg de voorlopers van de ‘geïsoleerde’ huizen ’t Vospaard, ’t Vogelwoud en Dr. Hartogsweg 65 wellicht uit hun afgelegen positie ontsloten? Wie weet). Deze Doorenwertschen Torff wech staat reeds op de kaart van Jan van Call (1656) aangegeven, en verder ook nog op de kaarten van Heuff en van Van Geelkercken van hetzelfde jaartal.

De vraag is of langs deze weg turf voor het kasteel werd vervoerd? en waar die turf dan vandaan kwam: Veenendaal?, Ederveen? Ginkel?

**4) Dan hebben we het Landschrijvers Erf. Het lag op de kruising van de weg Naer Bennekom (van Wolfheze via Quadenoord, en liggend langs de noordkant van de huidige Doorwerthse Heide) x de Deelenseweg. De zuidelijk tak van deze laatste weg was waarschijnlijk de huidige weg ten westen van de Doorwerthse Heide, en de ZW-tak was dan ongeveer de weg langs de Boschhoeve. Dit Landschrijvers Erf zou een voorloper geweest kunnen zijn van de huidige Jonkershoeve.

**5) Ten oosten van Wolfheze lag een wegenknooppunt dat nog steeds in het veld herkenbaar is.

Als we tenminste bedenken dat zulke knooppunten gemakkelijk enige ha’s groot konden zijn. Hier kwamen samen: De doorgaande Oude Utrechtse wech (vroeger Heer wegh, en later ook Oude Schelmse weg genoemd) en enkele wegen naar het noordwesten. Naar het NW lopend zien we onder andere wegen naar Bennekom, naar Ginckel, naar Maenen en naar Oud Reemst. Deze laatste drie hadden het eerste deel van hun tracés gemeenschappelijk. En mijn hypothese is dat dit gemeenschappelijke deel ooit via de oude beukenlaan langs het huidige smalle heideveldje liep. Die oude beukenlaan zou dan een beschermde status verdienen (misschien een half millennium oud). De Maenderweg liep waarschijnlijk langs de huidige Duitsekampweg. Maar bij mijn weten zie je daarvan helemaal geen sporen op de vroege kadastrale kaarten. Dat is vreemd. De weg naar Oud Reemst liep ten westen langs het Papendal, ongeveer door het latere tunneltje. Van de weg naar Ginkel (over het nieuwe natuurgebied van de Reijerskamp is geen spoor meer te zien (AHN, wellicht?).

**6) Vlak bij het bovenbeschreven wegenknooppunt liggen in de ZW-hoek tussen het Papendal en de Oude Schelmseweg de Rinckelberg(en). Ze zijn daar nu in het bos terug te vinden.

Zijn het stuifduinen geweest?

**7) De achtsprong op de Renkumse Heide heeft volgens mijn metingen westelijker gelegen dan de knik in de Telefoonweg (deze is van latere datum dan 1731). Ik localiseer die achtsprong op de huidige kruising Wijde veldpad x (voormalige) weg van Quadenoord naar Wolfheze. Het knooppunt lag in het Quadenoordse droogdal. Maar het is niet geheel duidelijk, en het knooppunt kan ook best wat diffuser zijn geweest. Van de Bischopsweg is waarschijnlijk wel een stuk verdwenen.

**8) We zien op de westzijde van de kaart, naar mijn idee, de voorlopers van de Hollandseweg en van de Prins Hendrikweg vertrekken, uit Quaenoort naar het westen. De eerste pal ten zuiden van de (hier naamloze) Meij hoevell (47.1 m) en de tweede ruim ten noorden daarvan.

**9 Leeg Wolfhees ligt op de plaats van het huidige Hotel Wolfheze (aan de beek).

**10) De Hartense Capel ligt op deze kaart inderdaad vlak bij De Beken. Maar de kapel was waarschijnlijk toch geen voorloper van deze boerderij. De kapel heeft waarschijnlijk (ooit) gestaan op een kaap ten noorden van huize De Keijenberg. Jan Neefjes heeft hier intensief onderzoek naar gedaan (Neefjes, 1992). Kaarten die deze hypothese ondersteunen zijn behalve deze kaart van Elshoff, de kaart van Jan van Call (1657), en een kaart van Van Geelkercken uit 1656).

Een minder waarschijnlijke (vroegere?) standplaats van de Hartense Capel ligt op een kaap ten noordwesten van huize Hoog Erve te Quadenoord. Kaarten van Witteroos (1570), V. Geelkercken (1631) en V. Geelkercken (1635) suggereren dat duidelijk. Op de kaart van Heuff (1656) ligt iets ten westen van deze plaats van de kapel een perceel afgegraven terrein met de naam Den Heer van Essens Cappele Camp. Maar het valt sterk te betwijfelen of de hypothese, dat de Hartense Kapel vroeger een andere plaats heeft gehad dan later, erg sterk is. Die verplaatsingshypothese zou wel een al te gemakkelijke oplossing voor dit al oude probleem zijn. Mogelijk hebben Witteroos (en Van Geelkercken met hem) een fout gemaakt, die Van Geelkercken later heeft hersteld.

**11) Het mooie van deze kaart van Elshoff uit 1731 is, dat je er hier naast elkaar zo duidelijk de (nieuwe) Eeder Wegh, de Ouden Eeder weg en de Maender weg op kunt zien. De Ouden Eeder weg kwam aan de oostzijde in het Papendal uit op de Nieuwe Eeder Wegh (eertijds andersom natuurlijk). Die nieuwe Eeder Wegh is nu de Verlengde Arnhemseweg. Van deze Ouden Eeder weg kun je in het veld grote stukken (c.q. parallelle tracés) terugvinden, o.a. langs de noordzijde van het Hazeleger, door het Gildtsche Zand, en over de Ginkelse Heide, waar deze weg waarschijnlijk ongeveer 250 m ten noorden van de Sijsselt en even ver ten zuiden van de Verlengde Arnhemseweg Ede binnenkwam (speculatief). En Maanen had kennelijk een eigen weg naar Arnhem nodig. Die lag ten zuiden van de Sijsselt en ging via Wolfheze. Was het wellicht zo dat in de loop van de tijd de Maenderweg een steeds zuidelijker tracé kreeg en de Ederweg een steeds noordelijker tracé ?? Ede en Maanen groeiden uit elkaar en later werd Maanen door Ede geïncorporeerd.

**12) Op deze kaart zien we twee wegen vanuit het zuiden naar Ginckel lopen:

(a**) aan de oostzijde van de beek, de weg van Rinckum naer Ginckel, ongeveer in de buurt van de Heidebloemallee. Het zuidelijke deel daarvan valt waarschijnlijk samen met het Wijde veltpad. Na Ginkel buigt deze weg af naar het noordoosten en loopt door naar Mossel. Van het laatste stukje bij Mossel ligt nog een restant van de weg, een walletje met struweel.

(b**) aan de westzijde van de beek, een weg van Quaenoort naar Ginkel (naamloos). Op een kaart van Kempinck (uit 1610) zijn twee minieme stukjes van deze verbinding aangegeven bij de kruising met de Maanderweg. Vanaf deze kruising heet deze weg in noordelijke richting de Ginckeller wegh, en in zuidelijke richting de Hartter wegh. Ten zuiden van Quadenoord liep hij waarschijnlijk over de huidige zandweg langs de manegeboerderij. Duidelijke sporen van deze weg zijn op Ginkelse heide te vinden.

**13 De Maanderweg loopt op deze kaart vanaf de vroegere Ginckelse kolck (bij de noordelijke vork in de beek) niet via het OW-tracé en via het vroegere knooppunt “Aen de 7 weegh”, naar de zuidgrens van Maanen, maar vanaf de kolck in NW richting over de Ginkelse Heide. Hij liep waarschijnlijk een eind langs de lange rechte zandweg en vervolgens door de Sijsselt om ergens aan de noordgrens van Maanen, bij het Klaphek uit te komen (dit laatste is echter nogal speculatief).

**14) De huidige Wekeromseweg is op de kaart aangegeven als weg Naer Mossel, en de Harderwijkerweg heet Naer Harderwijck. Vanaf het Papendal splitst de weg zich: het hoge tracé ligt aan de oostzijde van Oud Reemst en Quapoort (bij Otterlo) en een laaggelegen tracé aan de westkant van deze plaatsen. Het westelijke tracé valt samen met de huidige Harderwijkerweg.

**15) De Nieuw Reemsterlaan staat ook op de kaart aangegeven, en wel als weg van Eede na Reems. Hij kwam vlak bij de Mechelse kuil uit op de Nieuwe Amsterdamseweg.

**16) Over de Vossenweg van Heelsum naar Nieuw Reemst (en mogelijk verder door naar Mossel), hebben we elders uitvoerig geschreven. (link ??).

Mogelijk kunnen anderen meer over deze onderwerpen zeggen, want steeds weer blijkt dat het netwerk van wegen veel dichter was dan afzonderlijke kaarten suggereren.

november, 2018, Geert Nijland, Renkum

Mincken Kuyl

Mincken Kuijl (ook: Müncken kuel; en momenteel Sportpark De Wageningse Berg):

(blauw = huidige namen; rood = vroegere namen)

Inleiding:

De Mincken Kuyl was in de 16e en 17e eeuw een hegge in het uiterste zuidwesten van het Moftbos. We komen ook de volgende varianten van de naam tegen: Múncken Cúijl, Múncken Kúel, Mijnckencuyl.

Deze ‘Kuyl’ komt voor op kaarten van Witteroos (1570, 0012-K254) en Van Geelkercken /Passavant (1649, 0012-K256), als perceelsnaam en tevens als aanduiding van de grenskuil / grenspol, op de zuidwesthoek van die hegge. Witteroos heeft ook een detailkaart van dit perceel getekend (1568, 0012-K255). Op een andere kaart van Geelkercken (16??, ?? – K??) wordt de Kuyl ook aangegeven.

https://www.geldersarchief.nl/bronnen/foto-s-en-films?mizk_alle=mincken%20kuyl

De Mincken Kuyl was 11 morgen, 1 hont, 6 roe groot (dat is ongeveer 9.6 ha), en dat is iets meer dan de oppervlakte van het Sportpark De Wageningse Berg, dat volgens mij geheel binnen de vroegere Mincken Kuyl lag. Hoewel een gegraven kuil evengoed als een opgeworpen heuveltje (pol) als markering voor grenspunten gebruikt werd, had in dit geval ook het terrein plaatselijk een holle ligging. Op de maquette die Jan Bieleman van de stuwwal heeft gemaakt en die te zien is in de Casteelse Poort – het Wagenings Historisch Museum – zie je op de plaats van hotel De Wageningse Berg en het sportpark duidelijk een uitholling van zo’n 5-10 m diep in de bergrand, met een geschatte oppervlakte van (inderdaad) ongeveer 10 ha (ca. 350 m x 250 m). In 2018 heeft Jan Hendrik Nijland een 3D-print van de stuwwal gemaakt, gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Op deze 3D-print is echter hoegenaamd niets terug te vinden van deze duidelijke depressie in het terrein. Nijland (2018, persoonlijke mededeling) heeft deze plaats ook nog meer gedetailleerd bestudeerd en krijgt de indruk dat het nu ter plaatse aanwezige plateau iets lager ligt dan de geaccidenteerde omgeving, en dat het waarschijnlijk is dat met behulp van de hogere randen de kuil is weg-geëgaliseerd bij de aanleg van de sportvelden. De vraag is of dit ook in documenten terug te vinden is. en eerder door historisch geografen is beschreven. We komen er niets van tegen in de literatuur, of op Internet. Wel is er een Raap-rapport (Schuurman, 19??) waarin er sprake is van kennelijk ingrijpende grondwerkzaamheden in deze omgeving.

Minckenkuil – Nu (3)

Naam:

De naam Mincken Kuyl duidt mogelijk op de naam van een 16e eeuwse eigenaar – Minck of Mincke is een Friese naam (Bouwer, e-mail 2014). Het is ook mogelijk dat de naam verwijst naar “Muncken” = monniken.

Begrenzing:

Noorden: De hegge Die Mincken Kuyl werd aan de noordkant begrensd door de heer heijndericx Daijken. Deze ‘dijk’ is nu op topografische kaarten en stadsplattegronden uit de jaren 1950 terug te vinden als een soort rondweg ten noordoosten van het sportcomplex De Wageninse Berg.

De hegge aan de noordzijde heette Die dieff hegge.

Westen: De Mincken Kuijl werd aan de westkant begrensd door gebied van Dirck Van Armelen en Van der Horst (dit is nu het Belmonte Arboretum). Deze westgrens valt ongeveer samen met de westelijke toegang tot het sportpark (de watertoren bij de rotonde) en de oostelijke oprijlaan naar hotel De Wageningse Berg. Deze westgrens ligt in het verlengde van (één van) de vroegere wildgraven naar het noorden (deze grensweg bestaat verder naar het noorden nog en draagt ook nu nog de naam Wildgraaf.

Zuiden: Aan de zuidkant van de Mincken Kuyl liep Den Heeren Wech Van Wageninghen nae Aernhem (op de detailkaart van Witteroos heeft die weg bijna dezelfde naam: Den RijWech Van Waegeningen Tot Aernhem. Deze weg is nu mogelijk een van de oost-west lopende zandpaden door Belmonte, waarschijnlijk niet die langs het Koetshuis, bij de knik in de Generaal Foulkesweg, doch de meest zuidelijke parallel van dit pad, dat in de zuidwesthoek bij de Holleweg uitkwam. Deze laatste hypothese wordt gesteund door nametingen met de liniaal op de Witterooskaart, waarbij het tracé vanaf de Holleweg naar de Mincken Kuyl gaande steeds dichter bij de Cruysweg blijft dan je op grond van het verloop van de weg Onderlangs zou verwachten (toegegeven dat deze metingen op een uithoek van de Witterooskaart niet erg veel kunnen bewijzen. Dat zou betekenen dat deze zuidelijke weg (Wageningen – Arnhem) vanaf de Holleweg scheef over de helling naar boven de berg op moet hebben gelopen. Of, andere hypothese: die weg heeft al vanaf de splitsing Rijndijk x Veerdam bovenover de bergrand gelopen (het Bergpad) en heeft de Holleweg gekruist, via een brug. De vraag werpt zich ook op vanaf welke tijd de Holleweg heeft bestaan. Daar moet tekstuele informatie over bestaan.

Naar het oosten toe heette deze weg op de kaart van Van Geelkercken (0124-AKV242) waarschijnlijk Oûden weg, en deze Oûden Weg liep net langs de noorkant van hotel De Wageningse Berg, in de buurt van de Oranjelaan, en kwam iets ten oosten van de grafheuvels uit op de wegh naer Uijttrecht (ook Hoogen uijttrechtsen wegh; nu Provincialeweg N225).

Oosten: De grens aan de oostzijde vormt grotendeels één geheel met die aan de Noordzijde. Het is de heer heijndericx Daijken. In de zuidoosthoek heeft de ‘Kuil’ een stompe binnenhoek. De hegge aan de Oostkant was de Overdijkse hegge. De binnenhoek is gemarkeerd door kruisjes, duidelijk de grens met het Renkumse gebied.

Nadere beschrijving van de omgeving:

De inham met stompe binnenhoek aan de zuidoosthoek van de Mincken Kuijl (Witteroos, 0012-K254 en 0012-K255) valt vrijwel perfect samen met bospaden op niet al te oude en niet al te recente kaarten, alsmede op kadastrale kaarten uit die periode. Deze inham is grondgebied dat in 1570 behoorde tot Renkum (het Convent Van Reijncom) en later bezit werd van Raesveld (“Den heer Raet velts Clyfft, eertijts tot C(l)ooster tot Rinckom”). Het is merkwaardig dat je van deze zuid- en oostgrenzen van de hegge op de allernieuwste kaarten en in het veld nauwelijks iets terugvindt. Er ligt daar echter nog wel een NNO – ZZW georiënteerde wal in het bos, welke mogelijk ooit een ook een scheiding met het Renkumse gebied was.

Op de oude kaarten is te zien dat in de uiterste zuidwesthoek van deze hegge een grenskuil lag (Mincken Kuyl in engere zin, als hoekpunt). Op kaart (0012-K254) van Witteroos lijkt dit hoekpunt aan de weg Onderlangs de berg te liggen (Den heeren Wech Van Wageninghen nae Aernhem). De ‘Kuyl’ is echter waarschijnlijk op een iets te zuidelijke plek afgebeeld. Het is ook mogelijk dat op de kaart van Witteroos niet de weg Onderlangs de berg is afgebeeld, maar dat het juist een weg bovenover betreft – en wel de Oûden Wegh op de kaart van V. Geelkerken. Deze meest zuidelijke grond behoorde niet tot het gebied De Moft, maar tot de gronden van het Renkumse klooster. Niet duidelijk is dan waarom deze weg Onderlangs de berg wel afgebeeld staat op de kaart van V. Geelkercken, en niet op die van Witteroos.

Ongeveer 500 m ten westen van deze grenshoek van de Mincken kuijl is op de kaart van Van Geelkercken (0012-K256) een Galg met een gebouwtje getekend. Bij het gebouwtje staat volgens Gerrit Richter onduidelijk het woord “schot” geschreven; dat betekent schaapskooi. Dat gebouwtje is volgens Freerk Wiersrum (e-mail febr. 2018) waarschijnlijk geen schaapskooi, maar een spieker (overdekte korenmijt). Hier is het waarschijnlijk dat wij de kaarten van Witteroos en van Geelkercken met elkaar verwisselen, en dat op Witteroos inderdaad een spieker getekend staat en op de Geerkerckenkaart een schaapsscho. De galg en de schaapskooi lagen vermoedelijk midden in het Arboretum. Aantekening van Freerk Wiersum bij de vermelding van de gebouwtjes bij de galg en bij de kerk onderstaand:

(…) betreft je verwijzing naar de aanduiding van de oude kerk Ter heyligen Cruys op de Westberg op de kaart van Witteroos uit 1570 net ten westen van de Holle weg. Je karakteriseert het gebouwtje ernaast als een schaapskooi, maar naar mijn mening lijkt het meer op een spieker (zie voor beschrijving van spiekers het artikel van Hens Dekker over Verdwenen spiekers en hooibergen in Oud-Rhenen 27(2), pag. 5 en volgende). Deze kerk en de galg staan ook aangegeven op de kaart van Van Deventer uit 1562 en Van Geelkercken uit 1648. Op de kaart van Van Deventer is ten oosten van de Holle Weg een galg getekend; deze galg is vervolgens op de kaart van Van Geelkercken ‘verplaatst’ naar een locatie bij de kerk. Net zoals de verschillende locaties van de Munnickenkuil op de kaarten van Witteroos en Van Geelkercken kan je uit deze wisselende locaties m.i. de conclusie trekken dat de topografische details op de kaarten niet altijd even nauwkeurig zijn”.

Raadsels:

Op de kaart van Witteroos (0012-K255) zijn ter plaatse (langs de hele zuidzijde) wel meer raadselachtige zaken (niet) te zien. Den heeren Wech Van Wageninghen nae Aernhem lijkt vanaf een bepaald onduidelijk punt, naar het oosten gaand, steeds verder van de Moft af te lopen (ongeveer langs de huidige Strang, door de uiterwaard). Want op deze kaart is de afstand tussen de Huchtlaan en deze (heel vaag getekende) weg bij de zuidoosthoek van De Moft ongeveer 380 m. En dat is vrijwel exact de huidige afstand tussen De Strang en de Huchtlaan. Wij moeten echter toch wel met aanzienlijke meet- en afbeeldingsfouten rekening houden bij deze oude kaarten (want een andere afstand — die tussen de Huchtlaan en de Koninginnelaan — klopt bij lange na niet met de huidige situatie). Ter verduidelijking: Het huidige Kronkelpad in ONO is op de kaart van Witteroos (1570) een rechte grens waarlangs, tot aan het Vrouwen pat in heel kleine lettertjes geschreven staat ”out graefken, dienende tot geschiet” (tekstlezing Gerrit Richter, e-mail, 2014). Gerrit Breman leest ‘gescheit’, waarschijnlijk ‘scheiding’ in plaats van ‘geschiet’. Dezelfde rechte grenslijnen langs de Huchtlaan komen ook voor op andere kaarten van Van Geelkercken (0124-AKV242, 0012-K257 en 0012-K256).

Tegen de theorie van de ligging, op Witteroos’ kaart, van Den heeren Wech Van Wageningen nae Aernhen langs de Strang pleit dat deze zelfde weg op de kaart van Gielis (0124-4920_1), een kaart uit 1550, dus 20 jaar eerder dan die van Witteroos, wel op de goede (huidige) plaats ligt. Op deze Gielis-kaart heet die weg Heerstrate. Een andere mogelijkheid is dat dit vage hypothetische ‘Strang-tracé’ op de kaart van Witteroos toch niet het verlengde is van de Heer Wech (Rij Wech) Van Wageninghen nae Aernhem, maar een aparte weg of dijk langs de Strang of langs de zomerdijk. Het verloop naar het oosten van Den heeren Wech Van Wageninghen nae Aernhem is in dat geval op Witteroos’ kaart helemaal niet weergegeven.

Verder op te merken is nog:

De heer heijndericx Daijken. lijkt een verlengde naar het westen te hebben. Dat suggereert aansluiting op de voorloper van de huidige Generaal Foulkesweg. Dat was toen de statiën-weg met kruisen.

De westgrens van de Mincken Kuyl is als lijn naar het zuiden doorgetrokken. Dat lijkt erop te duiden dat het terrein nog verder naar het zuiden doorliep. Den heeren Wech Van Wageninghen nae Aernhem is in dat geval dus niet de weg Onderlangs, maar een weg Bovenover.

In het verlengde van de korte ZO-grens met kruisjes is een dunne lijn in NNO richting getekend. Deze lijn kunnen wij voorlopig niet duiden.

Op de detailkaart van Witteroos is nog iets meer te zien van de ‘Kuyl’ zelf. Ongeveer op 2/3 van boven loopt (vaag getekend) in de hegge een weg van west naar oost. Deze weg heeft een verlengde ten westen van de hegge, en ligt ongeveer op de hoogte van het middelste zandpad door het Arboretum. Verder naar het oosten vervaagt deze weg door de hegge op de kaart. het is niet duidelijk of dit weggetje aansluiting had op overige wegen.

Conclusies en overblijvende vragen:

Al met al blijft de vraag bestaan of de Rij Wech (Heer Wech) Van Wageninghen nae Aernhem op de kaart van Witteroos (0012-K254) identiek is aan de weg Onderlangs de berg of aan de Oûden Weg (door het Arboretum) op kaart (0124-AKV242) van Van Geelkercken? Met andere woorden lag de zuidgrens van de Mincken Kuijl vlak tegen de uiterwaard aan, of 150 m noordelijker? Maar al deze onzekerheden nemen niet weg dat we over de west-, de noord-, en de oostgrens van de Mincken Kuyl vrij zeker zijn. De hegge Die Mincken Kuyl was de middeleeuwse voorloper van het Sportpark De Wageningse Berg.

Blind Weggetje Wageningse uiterwaarden

Blinde weg in de Bovenste polder, Wageningse uiterwaarden

Als van een belangrijke verbindingsweg (bijvoorbeeld de Utrechtseweg in Heelsum) wordt geschreven dat die al meer dan 500 jaar bestaat dan kijken we daar helemaal niet zo van op, het zal wel. Uiteraard bestond er vijf eeuwen geleden ook al een behoefte aan vervoer tussen belangrijke plaatsen als Arnhem en Utrecht.

Als we echter een onnozel uitziend kleiweggetje in het huidige landschap zien liggen en we vinden dat weggetje ook op een van de oudste kaarten van deze omgeving, dan vinden we dat heel bijzonder. Zoiets lijkt het geval met een klein doodlopend weggetje in de Wageningse uiterwaarden ten zuiden van de Veerweg. Ik zal dit weggetje het Blinde Weggetje noemen.

Hieronder foto Blind weggetje, 2018, Jaap Schouls.

Blinde Weggetje foto

Het is een landbouwweggetje met begeleidende sloot, die vanaf de Veerweg in zuidoostelijke richting loopt, ongeveer 150 meter ten westen van de splitsing Veerweg x Westbergweg. Ik bedoel dus niet de weg Aan de Rijn ongeveer 275 m westelijker, die niet dood loopt.

Hieronder topografische kaart PDOC-viewer, 2018. Blind weggetje = rode lijn.

Blinde weg, 2018(A)

Dit Blinde Weggetje nu vind men reeds op een beroemde kaart van de stad Wageningen (ca. 1560) van Jacob van Deventer.

Hieronder kaart Jacob van Deventer, ca. 1560. Blind weggetje = rode lijn.

Blinde weg, 1550(A)

Er werd door anderen naar voren gebracht dat het bijna onmogelijk was dat deze weg op die plaats in de uiterwaarden zo lang de tand des tijds zou hebben doorstaan. Want veel minder lang geleden is daar een aanzienlijke toplaag van de klei ten behoeve van de steenindustrie afgegraven. Dat is waar, maar de vraag is of men daarbij niet het weggetje gespaard kan hebben. Een andere hypothese is dat het weggetje (ondanks de klei-afgravingen) toch weer op nagenoeg dezelfde plaats opnieuw ontstaan is, vanwege een sterke functionaliteit van die weg voor de landbouw of voor de baksteenindustrie zelf. Iets wat heel functioneel is verdwijnt niet snel als het er eenmaal is. We vonden ook nog een kaart van dit gebied tussen nu en 1550 in waar het Blinde Weggetje op staat afgebeeld. Dat is een kaart uit 1722 door Bernard Elshoff: Landerijen bij Wageningen en Ede behorende aan de familie Torck (Sign. 0409 Huis Keppel 1538).

Hieronder kaart Elshoff, 1722: Blind weggetje = zwarte lijn.

Blinde weg, 1722(A)

Houwers weeghken

Houwers weeghken:

Deze weg was in de late Middeleeuwen een deel van een der verbindingswegen tussen Renkum en Ede. Het Houwers weeghken komt voor op de kaarten van Witteroos (1570) en op de door Geelkercken / Passavant gemaakte copie (1676) daarvan. De namen: bij Witteroos, Houwers weech ken en bij Passavante ossen wegh oft oude Houwers weghsken genampt. Merkwaardig genoeg loopt deze weg op de kaart van Witteroos net ten ZW van de Dikkenbergen en op de kaart van Geelkercken / Passavant net ten NO van deze bergen (precies tussen de Waterkolck en de Dickenbergen in. Maar van vele oude lange afstandswegen is bekend dat ze vaak uit twee sporen bestonden, die niet altijd even intensief gebruikt werden. Ook lag er 80 jaar tussen de originele kaart van Witteroos en de kopie van Passavante. Mogelijk waren er tracés aan beide zijden van het hoogste punt van de Dikkenberg.

Ede1Afbeelding. Tracé van de voormalige weg van Ede naar Renkum (waarvan de Houwersweg deel uitmaakte). Op de kaart van Witteroos is de Houwersweg slechts gedeeltelijk afgebeeld, maar wel alle bochten in de hegge-grenzen volgend.

Het valt op dat vooral het zuidelijke gedeelte van deze weg bij Witteroos enkele slingers heeft (het tracé is niet minder dan zes keer met de naam houwers wechs ken aangeduid, langs alle kronkels van de weg. Het slingerend karakter, nog aanwezig op de kopie van Van Geelkercken (1631) is veranderd in een veel meer rechtlijnig verloop op de kopie van Passavante (1676). Van deze weg zijn nog enkele restanten terug te vinden: Waarschijnlijk is de bosweg ten oosten van de woning Bennekomseweg, nummer ?? een restant van deze weg. Ook op de hoogtekaart AHN zijn hier en daar duidelijke sporen te zien, met name in de buurt van de kruisingen Mosweg x Molenbeekweg en Mosweg x Haselweg. De Sijsseltselaan ligt in het verlengde van deze Houwersweg. Aan de oostkant van de akkers langs de Dikkenbergweg ligt dwars op de Dikkenbergweg en de Oostbreukelderweg een oude bosweg , die mogelijk op het tracé ligt. Maar een weg aan de oostzijde van de akker komt meer overeen met het tracé van Witteroos, dat ca. 125 m verder van de waterkolck af ligt. Op de kaart van de Sijsselt van Van der Does (1771) heet hij Weg van Eede na Rencom en Doorenwert. Op een (pre)kadastrale kaart uit 1811 komt de weg voor onder de naam Weg van Ede naar Renkum (kad. krt. Bennekom, SecD-bl.01). Deze weg loopt opvallend parallel met het huidige fietspad tussen de rotonde bij de Telefoonweg x Bennekomseweg naar Ede, via Quadenoord en de Bosbeekweg.

Weg van Bennekom naar Heelsum

Bennekomseweg (tussen Bennekom en Heelsum) – Rijksweg N782:

Op de kaart van Van Geelkercken / Passavant (1676) liep deze weg van Bennekom naar Heelsum langs een hhel ander tracé dan de huidige Heelsumse / Bennekomseweg of Keijenbergseweg.

Nooij (e-mail, 2018) denkt dat de huidige Heelsumse / Keijenbergseweg pas in de 19e eeuw is ontstaan, althans het gedeelte tussen Bennekom en Harten. Maar dat is dan wel in het begin van de 19eeuw, want op de pré-kadastrale kaart van 1818 staat deze weg al aangegeven zoals hij nu loopt.

De weg liep op de kaart van Passavant in de buurt van Harten door het Hartense droogdal, net als nu. Maar, van daaruit westwaarts gaande, nam de weg vanaf de verdwenen schaapskooi een noordelijker tracé, om uiteindelijk in Bennekom bij de voormalige molen op de Molenkamp van de Laar uit te komen (ongeveer waar de Dikkenbergweg en de Selterskampweg elkaar kruisen). De weg loopt op Van Geelkerckens kaart net ten noorden van de Hulsenbergh (tussen De Born en de Franse Kamp).

RenkumDAfbeelding. Bandbreedte (zwarte lijnen) waartussen de oude weg van Bennekom naar Heelsum, in 1676, kan hebben gelopen. Van deze weg Van Hartten naer Bennekom zijn op de AHN-kaart diverse sporen in de aangegeven richting te zien. Bij het akkertje op de Hullenberg kwamen waarschijnlijk deze weg, de Laeck wegh en de voorloper van de Bornweg samen.

Het is vreemd dat we dit tracé op geen enkele andere kaart terug kunnen vinden. Op de AHN-bestanden zijn echter op deze plaats (ten noorden van Hullenberg en de Franse Kamp) wel duidelijke sporen te vinden, die ook in de ‘goede richting’ lopen. Ook is het geomorfologisch geen vreemde plaats voor een weg, tussen de Hullenberg en de Weijenberg door en ook verderop naar Harten vlak langs of door een droogdal-achtige laagte tot aan de huidige Wildgraaf. Daar zou deze weg dan samen met de oude weg naar Ede langs het huis Keijenbergseweg nr. ?? kunnen hebben gelopen. Daar bij de Wiltgraaf liep de weg echter ook rechtdoor tot aan het huidige beekdal, waar weer twee mogelijkheden zijn: (a) langs de verdwenen boerderij bij de Eerste Weiland spreng naar de huidige Bennekomseweg, (b) verder in oostelijke richting dwars door het Beekdal over het huidige wandelbruggetjes naar de holle weg in de oostelijke beekdalhelling, om daar aan te sluiten op de Gerart Happen Wegh van de kaart van Jan van Call (1656). Deze Gerart Happen wegh liep vervolgens door naar het Landschrijverserf en vervolgens naar Wolfheze. De verdwenen boerderij aan bij de spreng komt daarmee ook netjes aan het oude wegennet Bennekom – Ede – Renkum te liggen. Want wat heeft zo’n boerderij zonder wegen anders in het beekdal te zoeken.

De huidige (recentere) Heelsumseweg maakte bij Bennekom vroeger (Geelkerckenkaart) deel uit van het meest westelijke deel van de Hartenseweg; Deze (De wege van Arnhem naer Bennekom) liep toen bijna parallel aan de Heelsumseweg (Van Hartten naer Bennekom ). Dat is duidelijk te zien op die kaart van Van Geelkercken / Passavant.

Later is de Hartenseweg waarschijnlijk een tijdlang veel minder prominent geweest. Op de pré-kadastrale kaart van 1818 staat hij zelfs helemaal niet op. Op die kaart wordt de Weg naar Renkum getekend als een tracé dat samenvalt met het Papenpad.

Ede en Wageningen hadden al vroeg een doorgaande weg naar Arnhem, toen Bennekom die nog niet had (Horsten, 1995, naar Nooij, e-mail, 2018).

Op de kaart van Van Call (1656) heet de weg van Bennekom naar Heelsum “van en naer Helsem”, op de kaart van Heuf (1656) Den Helsomschen Weghen, op de pré-kadastrale kaart (1818) Weg van Bennekom naar Arnhem. Op de kaart van Van Call (1656) is te zien dat de weg Van en naer Helsem, niet via de Schapenbruggen, maar via de huidige Kerkweg naar Heelsum liep. Hij boog ongeveer bij het Fluitersmaatse dal iets naar het zuidwesten af. En via de Heelsumse Kerkweg liep hij waarschijnlijk door het Coenenbos naar Doorwerth en Arnhem.

Maanderweg

De Manensche Weg (of Maanderweg)

Concept (veel hiervan is hypothetisch; blauw huidige namen, rood oude namen)

Mogelijk/waarschijnlijk zijn er verschillende tracé’s geweest die de naam van Manense weg of Maanderweg verdienen, die waarschijnlijk in verschillende perioden ten dele op verschillende plaatsen hebben gelopen.
We geven eerst een beschrijving van het meest waarschijnlijke Centrale tracé.
De beschrijving heeft de vorm van een routebeschrijving per fiets, met verschillende
punten om te stoppen en te kijken.
Na aan korte verantwoording van onze keuze van het meest waarschijnlijke tracé geven we de beschrijving van een fiets- of wandeltoscht langs dit tracé. Daarna volgt nog meer eerder opgeschreven discussie van andere mogelijke tracés van deze weg.

Over het beginpunt van de Maanderweg;
drie mogelijkheden: centraal-oost, de noord-oosthoek en de zuidoosthoek.

Autospoperij

Afbeelding: De autosloperij van de firma van Doorn in het weiland van de gewezen boerderij van Haalboom. Over deze plaats werd later de nieuwe Bovenbuurtweg aangelegd.; Eerder liep die weg over de plaats waar nu de C.T.S. (Chr.Technische School) is gebouwd. Op de achtergrond staan de flatgebouwen aan de van der Hagenstraat. … | fotograaf: Sneiders, R. / Ede.
bron: https://www.europeana.eu/portal/en/record/2021648/0196_302140.html

Als de genoemde “gewezen boerderij van Haalboom” dezelfde is als de “Hoeve Haelboom” in de vroegere buurtschap Maanen, dan zou hier ook de haelboomsshen heetwech (Van Oosten Slingeland, 1958) waarschijnlijk zijn beginpunt hebben gehad. Deze weg naar het oosten is dan vermoedelijk ook dezelfde als de Haelbomssen wegh (verderop wegh van Manen naer Arnhem genoemd) op de kaart van Passavant (1676). Op weer een andere kaart van de Bourschap Maenen heet deze weg ?? Den Wegh naer Arnhem. Het lijkt moeilijk om deze weg aan te laten sluiten op de huidige Horalaan, die in de literatuur (Edelman-Vlam, 1959) wel als kandidaat voor de oude Maanderweg wordt aangemerkt. Veel beter sluit de weg aan op de 750 m noordelijker gelegen huidige Parkweg om dan via het ENKA-terrein de spoorweg te kruisen bij de westgrens van de Sijsselt en aan te sluiten op een oude zandweg met wal door de zuidelijke Sijsselt. Deze weg door de huidige zuidelijke Sijsselt hebben wij de centale Maanderweg genoemd. Hij komt waarschijnlijk overeen met de zuidelijke weg in het volgende citaat uit de dissertatie van Van Oosten Slingeland:

Gaande van Maanen naar Arnhem kon men of ten Zuiden van
de Doornberg (47 m) of ten Noorden van de hoogten in de Sijsselt ( ± 56 m)
de stuwwal passeren. Op de kaart van de Geelkerckens, kort na het proces in 1649
vervaardigd, staat de zuidelijke weg duidelijk en met name genoemd. De vrij-
wel rechte West-Oost gerichte grenslijn tussen Ede—Veldhuizen en Maanen
heeft men beoosten de Wildwal doorgetrokken tot die de weg van Ede naar
Renkum (de Sijsselt-weg GON) sneed. De Sijsselt kreeg of herkreeg daarmede een duidelijke noordgrens, die ook nimmermeer aanleiding tot kwesties heeft gegeven.
Zeer beknopt zijn de uitvoerige processtukken weergegeven. Het “belang ervan is
niet zozeer de vaststelling van de noordgrens alswel het bewijs, dat de betrok-
kenen bijzonder veel waarde aan hun velden hechtten en er met taaiheid voor
vochten.

De in het citaat eveneens genoemde noordelijke route van Maanen naar Arnhem is dan identiek met de weg, die wij elders het noordelijke Maanderweg-tracé hebben genoemd, en dat langs het huidige fietspad naar Renkum en over een nog bestaande weg over de Ginkelse heide naar de voormalige Ginkelse kolk. Het is de vraag of er een eeuw later nog een derde Maanderweg is geweest, vanaf de zuidoostpunt langs de huidige Horalaan.

Als wij die laatste hypothese verwerpen, dan moet het zo zijn geweest dat, ofwel de Maanderweg niet altijd de grens tussen Sijsselt en de Renkumse Rekenkamergronden is geweest, dan wel dat de Zuidgrens van de Sijsselt niet altijd in het verlengde van de zuidgrens van Maanen heeft gelegen.
In de literatuur wordt daar wel van uitgegaan, en de grensgeschillen vonden vooral aan de noordzijde plaats, tussen Veldhoven en Maanen.
Metingen van afstanden op de kaart van Passavant (1676) steunen de hypothese van de Horalaan als beginpunt van de Maanderweg. Metingen op de kaart van Witteroos (1570) daarentegen steunen de hypothese van de Parkweg als beginpunt, en verder door het ENKA-bebied naar de Zuid-Sijsselt.

Bronnen:
Edelman-Vlam, A.W. en Edelman, C.H.: Toponomie van Bennekom, in: Een Veluws dorp; Een herinneringswerk voor Ir. M.M. van Hoffen. Bennekom: Stichting “Oud Bennekom”, 1959.

Van Oosten Slingeland, J.F.: De Sijsselt; een bijdrage tot de kennis van de Veluwse bosgeschiedenis. Wageningen: Dissertatie Landbouwhogeschool, 1958.

Witteroos-kaart (1570):

Passavant / Geelkercken-kaart (1676):

Geelkercken-kaart van Bourschap Maenen (1642 / 1657):

Beschrijving van het mogelijke ‘centrale tracé’, met verschillende korte zijdelingse excursies:

Stop (1): Beginpunt bij Station Ede-Wageningen.
Het centrale tracé van de Manensche Weg naar Wolfheze ligt vermoedelijk in het verlengde van de Parkweg die ongeveer midden door het oude Maanen loopt en ongeveer langs Station Ede-Wageningen loopt (mogelijk via een verdwenen weg over het ENKA-terrein). De hypothese is dat deze centrale Manensche Weg ergens bij of ten oosten van het station de Rijnspoorweg (ca. 1850) kruiste en langs de noordzijde van de spoorweg verder oostwaarts liep. Wij gaan daarom vanaf het noordelijke stationsplein, via het voetpad langs de noordzijde van de spoorweg, tot aan de zuidwesthoek van de Sijsselt. We komen hier bij de eerste van de wallen en dwarswegen die we op onze tocht naar Wolfheze zullen kruisen: De Wildgraaf.

Stop (2): De Wiltgraaff langs de Sijsselt.
Langs de westgrens van de huidige Sijsselt liep (loopt) de vroegere Wildgraaf van Oud- Wageningen naar Lunteren. Het is de langste nu nog bestaande wiltgraaf van Nederland, en er is recent uitvoerig onderzoek naar gedaan. Delen ervan zijn gerestaureerd. Met name in het Hoekelumse Bos is de Wildgraaf goed te zien.
We volgen nu het zandpad langs het spoor. Hier ligt een wal aan de rechterzijde van het pad. Waarschijnlijk echter is deze hoge wal niet van de Maanderweg, maar van het uitgegraven tracé van de spoorweg. Na ongeveer 250 m komen we bij een soort vijfsprong.

Stop (3): Bij de vijfsprong in de NZ-laan van de Sijsselt.
De dwarsweg die we hier kruisen ligt in het verlengde van de spoorovergang, en is genoemd naar het gebied: Sijsselt. Deze Sijsselt-weg is op de vijfsprong de rechter tak naar het noorden met rijen beuken er langs.
We vervolgens nu echter het pad, zo dicht mogelijk langs de spoorweg en gaan bij de volgende zijweg een even linksaf, en gelijk weer rechtsaf, in dezelfde richting verder via het parallelle pad. Deze weg is breder dan die waar we afkomen. Deze wisseling van wegen is nodig om het vervolg van onze route bij de volgende kruising niet te missen. Na ca. 375 m komen we bij een splitsing. We kiezen nu de linker tak. Deze weg loopt aanvankelijk bijna parallel, maar buigt geleidelijk steeds meer linksaf naar het noorden. Na ca. 700 m loopt de wat bochtige weg dood op een T-kruising. Hier loopt een oude weg van Wageningen/Bennekom naar Ginkel/Kreel. We zijn hier op een vroeger verkeersknooppunt van drie doorgaande wegen.

Stop (4): De kruising met de weg Bennekom-Kreel/GrootGinkel en een verdwenen weg Ede-Renkum.
De weg van Bennekom naar Kreel/GrootGinkel liep (loopt) naar het NO door de Sijsselt richting Kreel, en liep naar het ZW, ten zuiden van de spoorweg, langs de oostzijde van het Hoekelumsebos, om aan te sluiten op de Heinrich Witteweg in Bennekom. Het was een van de vroegere wegen van Wageningen en Bennekom naar de Ginkelse heide, waar men de schapen kon laten grazen als er dichterbij geen ruwvoer genoeg was.
Ongeveer op dezelfde plaats kruiste in 16?? ook een weg van Ede naar Renkum. Deze weg liep vanaf hier in NW richting naar het ZO-NW lopende stuk van de Sijsseltlaan, vanaf hier naar het ZO door het Moftbos, om ongeveer bij de vroegere domeingrens tussen Wageningen en Renkum op de Keijenbergseweg uit te komen. Op de kaarten van Witteroos (1570) en van Passavant & Van Geelkercken (1676) heet dit gedeelte door het Moftbos de Ossenwegh is mede Houwers wegsken genamdt. Van deze weg zijn nu geen of nauwelijks sporen meer te vinden. Waarschijnlijk is het bospad langs Bennekomseweg nummer ?? geen restant van deze weg. Dit stukje weg loopt weliswaar in de goede richting, maar ligt 250 m te ver naar het oosten.
We vervolgen de Manensche Weg: Eerst even linksaf en ca. 40 m verderop weer rechtsaf. Mogelijk is deze bajonetbocht in de weg van latere datum, maar mogelijk is het ook een restant van een vroeger dubbelspoor (Vervloet, ??). We vervolgen de Manensche Weg naar het oosten. De ouderdom van de bosweg is mogelijk af te leiden uit de verdiepte ligging, wat duidt op erosie en inklinking. De weg wordt hier en daar geflankeerd door wallen en door dubbele rijen beuken. Het is van belang om op te letten of er een wal aan de rechterzijde van de weg ligt. Dat is namelijk ook zo bij het vervolg van deze weg in het Gemeentebosch, waar we straks zullen komen. Is het niet zo, dan zou dat de hypothese dat dit dezelfde weg is ontkrachten !! Maar als deze karakteristieken kloppen dan is dat nog geen garantie dat we met de Manensche Weg van de oude kaarten te maken hebben. Ruim een km verder komen we weer bij een belangrijke kruisende weg: een oude weg van Wageningen naar Ginkel:

Stop (5): De kruising met een Weg van (Oud)Wageningen naar (Zuid)Ginkel.
Deze weg liep in NO richting over de Ginkelse heide (en heet daar ook nu nog steeds Ginkelseweg). Naar het zuiden loopt de weg dood op de A12, maar het verlengde ten zuiden van de snelweg en de spoorweg sluit precies aan op de Mosweg, en nog verder zuidwestwaarts op de Hollandseweg. Deze weg heeft vroeger verschillende namen gehad: Den Lakenveltse wegh, Lakemondse weg, Weg Naer Wageninghen, weg langs de Ginkel.
Hoe de Manensche Weg hier verder heeft doorgelopen is niet helemaal duidelijk. Gaat men hier dwars door de bosvegetatie rechtdoor, dan komt men, na kruising van de A12, precies uit op de weg door het Gemeentebosch verder naar het oosten. Omdat er momenteel geen weg rechtdoor meer is, kiezen we voor een kleine omweg over het wel aanwezige bospad dat met een stompe hoek iets naar links afbuigt. Ongeveer 100 m verder kruisen we dan scheef een profiel van een andere oude weg, de Weg van Harselo naar Ginkel. Dit profiel werd pas in het veld opgemerkt na bestudering van de AHN-bestanden.

Stop (6): Bij de kruising met de Weg van Harselo naar Ginkel.
Het profiel dat we hier kruisen is dat van de weg van Bennekom/Harseloo richting Zuid-Ginkel (Passavant, 16??). Het wegprofiel sluit in NO richting rechtlijnig aan op een zandpad over de Ginkelse heide, een paar honderd meter ten ZO van de Ginkelerweg. Naar het ZW sluit het profiel precies rechtlijning aan op de Oost Breukelderweg, maar na kruising van de A12 en de Rijnspoorweg. Dit verdwenen weggedeelte is op de AHN-kaart duidelijk te zien.
Vervolg Manensche Weg: We komen na ruim 100 m uit op de Renkumseweg met het fietspad, ten westen van de Ginkelse heide. Deze weg is ook een heel oude verbindingsweg tussen Ede en Heelsum, via Quadenoord. Deze weg maakte vroeger deel uit van een groot verkeersknooppunt dat hier ongeveer lag.

Stop (7): Een verkeersplein uit de Middeleeuwen:“Aen de 7 weegh”.
Hier op de zuidwesthoek van de Ginkelse hei, lag in de 17e eeuw een “verkeersplein”, mogelijk wel enkele hectares groot. Op de kaart van Passavant en Van Geelkercken (16??) heet dit knooppunt “Aen de 7 weegh”. Het is niet duidelijk hoe en waar precies de verschillende wegen hier precies met elkaar verknoopt waren. Edelman en Edelman-Vlam (19??, p. 125) lokaliseren “Aen de 7 weegh” “iets ten noorden van Blokpost 20; met die laatste bedoelen ze de spoorwegovergang 550 m zuidelijker. Volgens verschillende oude kaarten (Van Geelkercken/Passavant, 16??, Kempinck, 1610) kwamen hier wegen naar Wageningen, naar Bennekom, naar Ede, naar Heelsum/Renkum en de weg van Wolfheze naar Maanen. De laatste is de Manensche Weg die wij volgen. Wij gaan nu bij het fietspad rechtsaf, langs de Renkumseweg, onder de A12 door en slaan bij de eerste bosweg linksaf. We zijn nu terug bij het tracé.

Stop (8): Terug bij het tracé van de Manensche weg (door het Gemeentebosch).
De weg door het Gemeentebosch heeft hetzelfde karakter als de weg door de Sijsselt, waar we net vandaan komen (uitgesleten wegprofiel en begeleidende wal aan de zuidzijde). Bij de beek aangekomen is het de moeite waard voor een extra stop, omdat hier aan de hand van de interessante kaart van Jan van Call veel te vertellen valt.

 

Het huidige sprengen-gebied van de Renkumse Beek op de interessante kaart van Jan van Call.
Waar de Renkumse Beek de A12 net niet ontmoet (bij de huidige sprengen van de beek) liggen interessante objecten. De kaart van Jan van Call uit 1656, van de Renkumse Heide is bij de beschrijving hiervan erg instructief. (Op deze uitsnede ligt het noorden rechts, en het westen onder).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van de interessante zaken op de kaart kan in de eerste plaats genoemd worden het Paelbergch Dell , een droogdal vanaf de beek in noordoostelijke richting (het was vroeger gedeeltelijk een nat dal). Aan de noordzijde werd dit dal geflankeerd door de Paelberg. Op de Ginkelsche Heide liggen meer van die heuvelruggen. Door de aanleg van de A12 in de jaren 1940 zijn de oorspronkelijke vormen van de Paelberg en het Paelbergch Dell aangetast.
(op AHN lijkt de Paelberg wel onderdeel van een Paraboolduin).
Op de kaart van Van Call zie je ook dat de huidige sprengen van de beek toen gevoed werden door de Ginckelsche Kolck. Van de beide takken van de beek kwam er eentje uit het oosten, uit het Paelbergch Dell, en er kwam eentje uit het noorden, waarschijnlijk uit het nu Fossiele Beekdal. De Ginckelsche Kolck lijkt een oppervlakte van wel ongeveer 60 X 60 meter te hebben gehad. Op de lage plaatsen aan de noord- en zuidzijde van de A12, kan men nu hier en daar nog plantensoorten (o.a. Pitrus) aantreffen die vochtige omstandigheden aanwijzen in de vegetatie (Schaafsma, 2012).
Net ten zuiden van de Ginckelsche Kolck ging de Maener Wech (of mander straet) over de beek. Deze weg ligt er gedeeltelijk nog. Hij liep van de buurtschap Maanen via Wolfheze naar Arnhem.
Op een detailkaart van dit gebied van Isaac van Geelkercken:
https://www.geldersarchief.nl/bronnen/foto-s-en-films?mizk_alle=Ginckelschen%20kolck
zijn de bochten in de beek goed te zien. Door de regelmatige schoonmaakwerkzaamheden in de voorbije eeuwen liggen ze er nog precies net zo. Om de kaart goed te kunnen interpreteren moet men wel de windroos een kwartslag met de wijzers van de klok mee draaien. Mogelijk zijn die bochten in de beek ooit meanders geweest, maar door het uitdiepen in de harde ondergrond (bekijk de zeer diepe beek ter plaatse) kregen ze niet de kans om, bij zo’n geringe stroomsnelheid, de bochten uit te slijpen en af te snijden.
Op de kaart van Van Geelkercken zie je ca. 200 m ten westen van, en parallel aan, de beek de Wech van Reems. Deze weg kun je met de meeste bochten van toen in het veld terugvinden. Het is jammer dat de boswerkers geen weet hebben van de ouderdom van deze weg (375 jaar); men zou er niet met zulke zware tractoren op moeten rijden.
De Ginckelse Kolck is op deze kaart ook ongeveer 60 X 60 meter.

 

Na ongeveer 250 m komen we op de plek waar vroeger de Doorwertse turfweg gekruist moet hebben (richting ZO <> NW). Zie hiervoor de kaarten van Van Call (1656), en Elshoff (16??). Ook op de AHN-kaarten is het spoor precies te vinden. Maar tot op heden niet hier in het veld. Er moet beter gezocht worden.

Stop (9): Bij de onzichtbare Doorwerthse Turfweg.
De Doorwerthse Turfweg was een weg van Doorwerth naar een veengebied ergens in de buurt van Ede of Veenendaal (of Maanen??). Waarschijnlijk werd langs deze weg turf aangevoerd voor kasteel Doorwerth. Op de AHN-kaart is hier in het Gemeentebosch een vaag profiel te zien van de Doorwerthse Turfweg, maar in het terrein is daarvan niets terug te vinden. De wal langs de Manensche Weg is hier ook nergens duidelijk onderbroken. Op andere plaatsen is het spoor van de Doorwerthse Turfweg duidelijker. In ’t Vogelwoud-bosje en op de Ginkelse heide liggen nog sporen, en zelfs complete stukjes van die weg.
Verder gaand langs de weg door het Gemeentebosch treffen we na ongeveer 500 m een kaalkapterrein aan ter linkerzijde van de weg. Hierover lag de vroegere Hartter wegh.

Stop (10): De kruising met de Hartter wegh.
In het midden van dit kaalkapterrein, scheef erover (richting NNW <> ZZO) liep vroeger een weg van Ginkel naar Harten (zie o.a. de kaarten van Van Geelkercken (1657) en van Kempinck (1610)). Het deel ten noorden van de Manensche Weg heette Ginckeller wegh, het deel ten zuiden Hartter wegh. Juist ten westen van deze Ginckeller wegh lag niet zo lang geleden een cirkelvormige heuvel met een diameter van ca. 50 m (zie de voorlaatste topografische kaart). In het terrein is nog wel een verhoging te zien, maar geen duidelijke heuvel meer. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat we hier met een geëgaliseerde grafheuvel te maken hebben. Grafheuvels zijn doorgaans kleiner dan 50 m. Het tracé van de Ginckeller wegh is duidelijker op de AHN-kaarten te zien dan het tracé van zijn verlengde (de Hartter wegh). Nu is er niets meer in het veld waarneembaar. De recente robuuste bodembewerking is daar mede debet aan. Echter ook het zuidelijke tracé (Hartter wegh) is in het bos niet goed te volgen. En ook op de AHN-kaart is niet duidelijk te zien waar deze precies gelopen heeft. Waarschijnlijk liep de weg ter plaatse rondom enkele zandheuvels heen, die daar in het bos liggen. Waarschijnlijk is een van de beide gebogen wegen (of allebei), iets zuidelijker, het oude tracé. Op de AHN-kaart is het vervolg van deze Hartter wegh wel weer te zien, iets zuidelijker in het Gemeentebosch en bij de kleine ronde heide in het gebied van de Bosbeek (in ’t Vogelwoudbosje).
We vervolgen de route. 600 m verderop (bij de laatste zijweg voordat we het diepste punt van het beekdal bereiken) komen we bij de oude Wegh na Reems.

Stop (11): Bij de Wegh na Reems
Hier kunnen we het vrijwel gave tracé van de minstens 400 jaar oude Wegh nae Reems vinden. We spreken hier van een ‘gaaf tracé’ omdat de bochten in de weg (evenals de meanders van de 150 m verderop liggende beek) vrijwel in dezelfde vorm op de kaart van Van Geelkercken uit 1657 aangegeven zijn, als we ze hier nu nog zien liggen. Dit weggedeelte zou een beschermde status verdienen. Het is dan ook jammer dat men er bij het bosonderhoud onwetend met zeer zwaar materieel overheen gereden heeft. Het is niet helemaal duidelijk hoe deze weg verder naar het noorden (richting Reemst) heeft gelopen: waarschijnlijk niet rechtdoor, maar een stukje met de Manensche Weg mee naar het oosten? Naar het zuiden toe kwam deze weg uit op een knooppunt van wegen juist ten noorden van de kleine ronde heide bij Bosbeek.
Onze route vervolgend komen wij 150 m verderop in het diepst van het dal. Deze plaats is ook een stop waard.

Stop (12): Bij de huidige oorsprong van de Renkumse beek.
Men kan aan het dal zien dat de beek vroeger verder naar het noorden doorliep. Aan de noordzijde van de weg heeft men het zogenaamde ‘fossiele beekdal’ kaal gekapt om het beter zichtbaar te maken. Het fossiele dal loopt aan de noordzijde van de A12 en aan de oostzijde van de Wijde Veldweg door naar Zuid-Ginkel. De splitsing van het dal hier ter plekke – met een zijdal naar het oosten (het Paal bergh Dell genaamd), is door de aanleg van de A12 in de Tweede Wereldoorlog ingrijpend onzichtbaar geworden. De A12 is ongeveer door dit droogdal aangelegd. Op de plaats van de A12, en net ten noorden daarvan, heeft vroeger de Ginckelsche Kolck gelegen. Als de afbeelding hiervan op de kaarten van Van Call (1656) en Van Geelkercken (1657) juist zijn dan had deze waterkolk een oppervlakte van wel een halve ha. Hij is niet meer zo duidelijk zichtbaar, niet alleen door de aanleg van de A12, maar ook door de grote zandverstuivingen hier in het verleden.
De waterminnende planten van de kolk zijn aan de noordzijde van de A12 echter nog te vinden (Schaafsma, 2013).
Aan de zuidkant van de weg ziet men de resultaten van het beekonderhoud door de zogenaamde ‘laarzengroep’. Onder leiding van Ruud Schaafsma worden op zaterdagen door een groep vrijwilligers al jarenlang de Renkumse en Heelsumse beken, waar nodig, uitgediept en zo watervoerend gehouden.
We vervolgen het tracé van de Manensche Weg en komen na ca. 150 m uit op de Wijde Veldweg (met fietspad).

Stop (13): Bij de Wijde Veldweg.
De Wijde Veldweg (en Wijde-Veldpad) waren vroeger vermoedelijk twee afzonderlijk wegen. Bij de spoorweg is een knik in de weg, waar de naam verandert: naar het N Wijde Veldweg, naar het Z Wijde-Veldpad. De Wijde Veldweg, langs de Ginkelse heide, had vroeger aansluiting op de huidige Ginkelseweg. Delen van deze laatste bestaan nog: Bij Heelsum, als verharde weg, en langs de bassins van de Sinderhoeve, als veldweg. Het stuk tussen de Sinderhoeve en de knik bij de spoorovergang is nu verdwenen evenals het stuk over de golfbaan tussen het sportpark en de Klein Amerikaweg. Deze weg verbond Heelsum dus met Zuid-Ginkel. Het huidige Wijde-Veldpad liep vermoedelijk vroeger bij de spoorweg rechtdoor (nu met een knik) en sloot ten noorden van de A12 aan op het verlengde van de Heidebloemallee (door het Gildtse zand). Langs die bosweg liep nog niet zo lang geleden een fietspad. Deze weg is waarschijnlijk identiek aan de Aenstooeter wegh op de kaart van Van Call (1656). Het was een verbinding tussen Renkum en Otterlo (via Nieuw-Reemst en Mossel). De verbindingsfunctie tussen Renkum en Ginkel van het huidige Wijde-Veldpad/Wijde Veldweg werd vroeger waarschijnlijk vervuld door de Hartter- en Ginckeller wegh die ongeveer midden over de Ginkelse heide liep en waar we even geleden een stop hadden.
Na dit intermezzo het vervolg van de Manensche Weg: We kunnen het tracé van de Manensche Weg hier niet verder volgen. Het verlengde van de weg ligt er wel, maar is geblokkeerd door omgevallen bomen. Het tracé door het bos is echter nog steeds duidelijk herkenbaar. Om het doorgaande tracé (dat uiteindelijk op de Duitsekampweg uitkomt) weer op te pakken moeten we een kleine omweg maken door het zuiden. We gaan daarom bij de Wijde Veldweg rechtsaf over het fietspad en nemen de eerste bosweg links. Dit bochtige pad volgen we. Het buigt steeds meer af naar rechts. Doorrijden tot de eerste viersprong en daar linksaf. Vervolgens bij de tweede echte viersprong stoppen. We zijn terug op het tracé.

(14) Weer terug op het tracé.
We zijn weer op het tracé van de Manensche Weg (als dit hem is, want bij de andere alternatieve tracés (verderop in dit stuk) zijn bijna net zulke aannemelijke verhalen te schrijven). De linker tak van het tracé loopt dood in de vegetatie. Maar je ziet in de verte de A12 liggen. We volgen nu maar de rechter tak, die doorloopt tot aan Hotel Buunderkamp. We merken op dat de weg hier en daar weer de karakteristieken van een niet helemaal rechte weg met verdiepingen en met wallen heeft (is dat echt zo??). Bij het hotel loopt de weg dood op de gebouwen. Om het tracé weer op te pakken kunnen we het beste weer via een omweg ten zuiden langs het hotel gaan, tot aan de geasfalteerde oprijlaan. We gaan op deze oprijlaan (Buunderkamp) linksaf en dan bij het zijpaadje rechtsaf. Waarschijnlijk, niet voor niets, is dit precies het verlengde van de bosweg waar we vandaan kwamen en ook precies het verlengde van de Duitsekampweg waar we naar toe gaan. We volgen dit zwarte pad.
Aan het eind van het zwarte grindpaadje kruisen we het Buunderkamppad (met fietspad).

Stop (15): Bij de kruising met de Remster wech (Buunderkamppad).
Het huidige Buunderkamppad is ongeveer identiek aan de vroegere Remster wech (kaart van Van Call, 1656). Het was een verbindingsweg tussen Renkum en Reemst (een tak naar Nieuw Reemst en een naar Oud Reemst). We kruisen deze weg. Ongeveer 60 m verder komen we bij de plaats waar vroeger de Vossen wech (van Heelsum naar Mossel) lag. Daar is nu nog alleen nog maar een bosrand te zien, met hier en daar resten van een wal. Maar op andere plaatsen is deze Vossen wech ook nu nog te berijden. Hij ligt precies langs de oude grens tussen Renkum en Doorwerth.
We volgen de Duitsekampweg over het fietspad.

Een extra argument voor de hypothese dat hier de Duitsekampweg op de plaats ligt van de vroegere Maenderweg is dat op de kaart van Elshoff uit 1731 deze laatstgenoemde weg een hoek van ongeveer 60 graden maakt met de Weg naer Utrecht. Dezelfde hoek maakt de Duitsekampweg met deze Oude Utrechtseweg op een hedendaagse topografische kaart. Ook de hoek (ca. 30 graden) naar het ZZO in de Maenderweg is nu nog duidelijk te herkennen, als je tenminste de smalle heide ook als deel van de Maenderweg ziet.

Afbeelding: Hier komen twee kaarten:

In het terrein kunnen we hier en daar overstekende koeien verwachten. Deze begrazen de vegetatie van natuurgebied de Reijerskamp. Ongeveer halverweg het fietspad naar Wolfheze gaan we door een ondiep droogdal (het zogenaamde Turff dell). Dit droogdal loopt in zuidwestelijke richting, kruist de Spoorweg, de Telefoonweg en de Wijde Veldweg en komt uit bij de Eerste Quadenoordse spreng in het Renkumse beekdal. Aan de oostzijde van de grasvlakte komen we bij het wildrooster. De weg die we daarna kruisen heet Reijerskamp (Deelensche weg).

Stop (16): Bij de Deelensche weg.
Deze weg heeft ooit naar het zuiden, via een spoorovergang verbinding gehad met de weg langs de Boschhoeve. De weg liep toen bij de Boschhoeve, niet zoals nu met bochten, zuiver rechtdoor in het verlengde van de weg van de Boschhoeve naar de Jonkershoeve. Op de kaart van Elshoff (17??) ligt ongeveer op deze plaats de Deelensche weg, die toen via Oud Reemst naar het noordoosten liep.
We vervolgen verder de Duitsekampweg (een verharde weg door Wolfheze) tot de T-kruising bij de Wolfhezerweg.

Stop (17): Bij de Wolfhezerweg.
Bij de Wolfhezerweg gekomen is het niet helemaal duidelijk hoe de Manensche Weg vanaf dit punt naar het eindpunt ten noorden van het Wiltforstersgoet in Oude Wolfheze liep. De kaart van Elshoff (17??) suggereert dat het wegenknooppunt waar de weg uitkwam precies lag bij de kruising van het Papendal met de Heer wegh oft openen wegh. Dat is vlak bij het viaduct in de Wolfhezerweg. Als dat waar zou zijn, dan viel de Manensche Weg (en nog enkele andere wegen uit het noorden, van Heelsum, Bennekom, Ginkel en Reemst) hier samen met de huidige Wolfhezerweg. Het is ook mogelijk (en volgens mij waarschijnlijk) dat de Manensche Weg via de beukenlaan langs de smalle heide, ten oosten van de Balijeweg liep. We zullen aannemen dat het dit laatste tracé is geweest. In dat geval moeten we de Manensche Weg rechtlijnig doorgetrokken denken, als verlengde van de Duitsekampweg.
We moeten nu dus weer een omtrekkende beweging maken om het tracé op te pikken. Daartoe gaan we hier op de Wolfhezerweg rechtsaf en dan gelijk over de spoorweg linksaf via het fietspad.
Na ca. 375 m zien we dan aan de rechter zijde het smalle heideveldje (mogelijk een schaapsdrift??), met de beukenlaan.

Stop (18): Bij de beukenlaan naast de smalle heide.
We gaan verder via de beukenlaan. Dit was vroeger zeker een voorname allee waarlangs gemakkelijk verkeer uit het NW Oud-Wolfheze zou kunnen benaderen. De smalle heide loopt nu dood op de A50. We moeten nu weer een omtrekkende beweging maken om het tracé aan de andere kant van de snelweg weer op te pikken. Daartoe gaan we bij het fietspad rechtsaf. Het fietspad komt uit op de Balijeweg. Daar even linksaf en we komen weer op de Wolfhezerweg. Daar gaan we weer linksaf en vervolgens vlak voor de A50 door het rechter talud bij de snelweg naar beneden, totdat we op de Oude Kloosterweg (vroeger Heer Wegh of Schemsche weg) uitkomen. We gaan daar linksaf onder het viaduct door.
Net aan de oostzijde van het viaduct gaat een bosweg schuin links door het Papendal (een hier tengevolge van de aanleg van de A50 zeer versmald Papendal. De heuvels ten oosten van dit Papendal en ten noorden van de Heer wegh heten de Rinckelberg. Als we de Heer Wegh / Schelmse weg) 250 m volgen komen we bij een voormalig wegenknooppunt waar vermoedelijk ook de Manensche Weg op uitkwam. Hier komt ook de laan langs de boswachterswoning naar hotel Wolfheze uit. Een argument dat het wegenknooppunt hier lag en niet bij het viaduct is dat de genoemde laan ongeveer in het verlengde ligt van het Schilderslaantje en de Zonneheuvelweg. Dat waren vroeger belangrijkere oudere wegen naar Oosterbeek dan de huidige Wolfhezerweg.
Hiermee zijn we op het eindpunt van de Manensche Weg uitgekomen. Via de oude Heer wegh kon verder de weg naar Utrecht vervolgd worden (zonder veel ‘vijandige’ Edese boeren tegen te komen. Want deze gingen waarschijnlijk via de Oude Edese weg naar Arnhem.

Alternatieve tracés:

https://www.google.com/maps/d/u/0/edit?mid=1JcdxGoVieyq2uDSVZYuHdtVpjAc&ll=52.01771581098943%2C5.694493499999908&z=13

Een zuidelijk tracé:
De kaart van Van Geelkercken (1657, 0012-K258) suggereert een tracé van de Manensche Weg via de huidige Zandlaan en Horalaan. Dat was vroeger het verlengde van de Maanderdijk, de zuidgrens van de buurschap Maanen. De Manensche Weg buigt op die kaart van Van Geelkercken namelijk met een duidelijke hoek (van maar liefst 45 graden!) af naar het zuidwesten. Hij is op deze detailkaart echter niet verder naar het westen getekend. Maar als je het tracé doortrekt en projecteert op een recente topografische kaart dan kom je uit bij de Horalaan. Ook Edelman en Edelman-Vlam noemen dit tracé via de Horalaan de plaats van de waarschijnlijke Manensche Weg, als zij de bekende grote kaart van het Moftgebied van Passavant (16??) bespreken. De weg kwam dan dus op de uiterste zuidoosthoek Maanen binnen.

Het centrale tracé
Het meest rechtlijnige alternatief (en de voorkeursrichting was ook vroeger de rechte lijn, tenzij er fysieke, economische of sociale obstakels waren waar omheen moest worden gegaan), sluit aan op een oost-west-weg door de Sijsselt en hij loopt lengs de sprengen van de Renkumse Beek in ZOO-richting, via bospaden met wallen en langs hotel Buunderkamp, en vervolgens via de huidige Duitsekampweg (ook met wallen en bomenrijen) naar de Wolfhezerweg en (na een onderbreking) via de kleine smalle heide ten oosten van de Balijeweg door het weglichaam van de A50 naar de Schelmseweg ten noorden van het Wildforstershuis (nu hotel Wolfheze). Mogelijk is ook de beukenlaan langs het smalle heideveldje dus een restant van de het tracé. Een probleem is dat op de plaats van de Duitsekampweg op vroegere kaarten geen weg is aangegeven.

De vroegste kaart waarop de Manensche Weg voorkomt is die van Witteroos uit 1570 (Den Wech nae Maenen). Volgens de schaal van deze kaart uitgemeten (1 gelderse roede = 3.80 m) zouden wij de weg dan ook ongeveer moeten zoeken in het verlengde van de Parkweg, mogelijk over het ENKA-fabrieksterrein. Dit suggereert een tracé in de buurt van het voormalige ENKA-fabrieksterrein of op de plaats van de Rijnspoorweg, en verder oostwaarts via een zandweg door het huidige Maanderbos, Hertenbos en Doornbos in de Sijsselt.
Een andere kaart die dit tracé ook ondersteunt is die van Van Geelkercken (1642) van de buurschap Maanen heeft gemaakt:
https://www.ede.nl/gemeente/gemeentearchief/geschiedenis-van-ede/1-openbaar-bestuur/buurt-maanen/

csm_GA14524_876d167ded

Op deze kaart ziet men, op de rechterhelft van de kaart, een NNW<>ZZO verlopende weg met de hele vage aanduiding Wegh naer Arnhem. Dichter bij Maanen heet deze weg Bûer Steegh. Maar “Arnhem” is wel het sleutelwoord, want ook op een kaart uit 1656 van Jan Van Call (1656) heeft de Manensche Weg als alternatieve aanduiding Mander straet (comt van Arnheim).
Op de Geelkercken-kaart van Maanen (1642) begint de Wech naer Arnhem iets ten noorden van het centrum van Maanen (ongeveer bij het huidige station Ede-Wageningen). Dit is dus in overeenstemming met de hypothese.
Dan is er nog de kaart van Van Geelkercken (1649). Het is een in 1676 door Passavant gecontroleerde verbetering van de kaart van Witteroos uit 1570. Het westelijke deel van de Manensche Weg heet op die kaart Haelbomssen wegh en het oostelijke deel Manenssen wegh.

Een noordelijker tracé
Op de kaarten van Van Call (1656), Heuff (1656), en Elshoff (16??) lijkt de Manensche Weg na passage van de Renkumsebeek, bij de Ginckelsche Kolck naar het NW rechtdoor te hebben gelopen, over de Ginkelse heide. Dit tracé lijkt vrijwel samen te vallen met de huidige diagonale rechte zandweg naar het NW, over de heide. Als dit juist is, zou dit tracé van de Manensche Weg toen in de bocht van het fietspad naar het NW (Renkumseweg) kunnen hebben aangesloten en via de noordkant van de Sijsselt op de noordoosthoek van Maanen zijn uitgekomen (dit is de domeingrens met Ede). Mogelijk is dit ‘zeer vroeg tracé’ — een gemeenschappelijke weg van Ede en Maanen samen (toen ze nog geen ruzie hadden??). In een oorkonde uit 1437 is sprake van de Manensche en Eedsche Heet Weg (Leijden, 1940). Mogelijk is het deze weg die op de kaart van Maanen uit 1642 aangegeven wordt als Den Over Wegh. Het was een weg die we mogelijk nu nog terug vinden langs de noordzijde van het Sijsseltse bos (fietspad naar Renkum). Hier heeft ook de Oude Ederweg gelopen, naar de Hazekamp ten noorden van Wolfheze (zie kaart ??). Mogelijk is deze weg identiek aan de Manensche en Eedsche Heet Weg. De naam Overwegh zou kunnen verwijzen naar “gelegen boven de Sijsselt” ?? Genoeg hypothesen. Feit is dat momenteel nog een zandweg over de Ginkelse heide loopt van NW naar ZO. Hij komt uit bij de sprengen van de Renkumse beek, bij de vroegere Ginckelsche Kolck. Een spoor van het verlengde van deze weg ten zuiden van de A12 is duidelijk te zien op AHN (en na raadpleging daarvan ook in het veld).
Meerdere tracés mogelijk in verschillende tijden?
Mogelijk kwam eerst later (na hevige conflicten tussen de boeren van Ede en Maanen), het door Edelman-Vlam genoemde zuidelijke tracé langs de Horalaan in zwang. Dit eerder door ons genoemde tracé begint in de uiterste zuidoosthoek van Maanen (en dat ligt inderdaad in het verlengde van de Maanderdijk).Het is zeer wel denkbaar dat de Manensche Weg, onder druk van de concurrentie met Ede in de loop van de tijd steeds verder van Maanen-Noord naar Maanen-zuid is opgeschoven. Wat is hierover reeds uitgezocht en beschreven?
Een theorie die deze verschillende plaatsen van de Manensche Weg kan verklaren is dat de buurschap Maanen in de loop van de tijd (door concurrentie met het expanderende Ede) geleidelijk van het noorden naar het zuiden kan zijn opgeschoven. Het noordelijke tracé van de Manensche Weg zou dan kunnen overeenstemmen met een vroege weg over de Ginkelse heide en het zuidelijke tracé met een latere Maanderweg door de Sijsselt of langs de Rijnspoorweg. Deze twee liggen 1750 meter uit elkaar; en dit is ook de breedte van de vroegere buurschap Maanen, pal ten zuiden van Ede en ten oosten van de Sijsselt.
Een andere minder waarschijnlijke mogelijkheid is: aansluiting op de Horalaan en dan via de boerderij Ginkelseweg nr. 1 ?? langs de meest zuidelijk gelegen weg door het Gemeentebosch en via de brug in de Renkumsebeek naar de vijfsprong in de Wijde Veldweg, en vervolgens via de eerste bosweg ten noorden van het spoor naar de spoorwegovergang van de Telefoonweg. Daarna via de zuidelijke of noordelijke parallelweg naar Wolfheze en verder. Het gedeelte door het Gemeentebosch, tussen de Bosbeekweg en de beek is op de pré-kadastrale kaart van 1818 een deel van de Weg van Bennekom naar de Beek. Deze weg naar de beek is mogelijk de huidige Bennekomse Vossenweg.
Nog een andere mogelijkheid is dat de Manensche Weg helemaal langs verdwenen wegen in de buurt van de Rijnspoorweg (aangelegd omstreeks 1850) heeft gelopen – dit is natuurlijk wel de meest rechtstreekse verbinding tussen Maanen en Wolfheze. Op kaarten van voor 1850 zijn echter geen wegen op de plaats van het spoor te vinden, of het zou deze Manensche Weg moeten zijn.

(Aanvullingen en correcties zijn welkom)

Hartenseweg

Hartenseweg:

Op de bekende kaart van Passavante / Geelkercken uit de 17e eeuw maakte het meest Westelijke stukje van de huidige Heelsumseweg, in Bennekom, deel uit van de huidige Hartenseweg. Deze weg heet op die kaart de wegh van Arnhem naer Benekom. De huidige Keijenbergseweg bestond toen nog niet. Er was wel een andere verbindingsweg tussen Bennekom en Heelsum de Weg van Hartten naer Bennekum. Deze weg liep van de molen op de Molenkamp in Bennekom langs de noordzijde van de Hullenberg naar Heelsum. De weg maakte toen waarschijnlijk bij de Molenbeek (naar het westen gaande) niet de bocht die hij nu maakt, maar liep daar naar het westen rechtdoor (zoals ook op de kaart van Passavante). Ongeveer vanaf het Everwijnsgoed (waar de naam Bennekomseweg verandert in Keijenbergseweg) liep hij (naar het ZO gaande) verder naar het ZO via het tracé van de huidige Bennekomseweg.

Verder met de Hartenseweg:

Op de kaart van Passavante / Geelkercken is het Papenpad nog niet afgebeeld. Dit in tegenstelling tot wat Edelman-Vlam schrijven in het gedenkboek voor Van Hoffen. Zij hebben daar vermoedelijk de Hartenseweg verward met het Papenpad. De Hartenseweg was een veel oudere belangrijker verbindingsweg naar Renkum, en verder door naar Arnhem. Het Papenpad was een nieuwere meer lokale kerkweg, die in de tijd van de Reformatie belangrijk werd, maar waarschijnlijk geen economische functies had. Het Papenpad loopt van de omgeving van de Bennekomse kerk kaarsrecht naar het voormalige kasteel Grunsvoort.

Echter, waarschijnlijk hebben de belangrijkheid van Papenpad en Hartenseweg in de loop der tijd nogal eens gewisseld. Op de pré-kadastrale kaart van 1818 wordt namelijk wel het Papenpad afgebeeld, maar de Hartenseweg in het geheel niet.

Het is merkwaardig dat de Hartenseweg op de kaart van Witteroos (1570) al wel de zig-zagvorm had die hij nu nog steeds heeft (Die Bennecomsche Wech van Reijncom), en op de Passavant-kaart niet. De weg loopt duidelijk langs de kromme grenzen van percelen (met namen).

8Witteroos_hartenseweg_heelsumseweg

Afbeelding. Verloop van de voorlopers van de Hartenseweg (rode lijn), de Geertjesweg (blauwe lijn) en de Zwarteweg (paarse lijn) op de kaart van Thomas Witteroos (1570). Bij de T-kruising van de rode en de blauwe stippellijn ligt tegenwoordig Hotel-restaurant Nol in ’t Bosch. De paarse stippellijn loopt op de kaart door tot aan de grens van het bos.

Een eeuw later hebben Geelkercken / Passavant de Hartenseweg als een rechte lijn afgebeeld (De wege van Arnhem naer Bennekom). Op de kaart van Van Call (1656) is alleen het stuk van de Hartense molen oostwaarts afgebeeld (Moelen Wech). Er is echter nauwelijks twijfel mogelijk: Deze weg loopt op die kaart naar de Hartense molens (700 m ten noorden van Grunsvoort). Op de pré-kadastrale kaart heeft de weg een Franse naam (Chemin de Bennekom à Renkum). Uit de literatuur (bronnen ??) blijkt dat de Hartenseweg niet altijd even goed begaanbaar is geweest. Op kaarten uit de periode tussen 1570 en nu in, zijn zelfs soms alleen maar delen van de weg afgebeeld. De weg was omstreeks het begin van de 20e eeuw soms zo moeilijk begaanbaar dat, op particulier initiatief, voor een betere bereikbaarheid vanuit Bennekom van hotel restaurant Nol in ’t Bos, de Regentesselaan werd aangelegd, zodat via de vermoedelijk nog nieuwe Keijenbergseweg kon worden gereden (VVV Bennekom, naar Nooij, e-mail 2018).

In de volksmons heette de Hartenseweg eertijds Oliemeule.